|
 |
In 1959 organiseerde Léon Delaissé de tentoonstelling De Vlaamse miniatuur. Het mecenaat
van Filips de Goede, een grensverleggend initiatief dat plaatsvond in Brussel, Amsterdam
en Parijs.
Nu, meer dan vijftig jaar later is de kennis van het verluchte handschrift in de Zuidelijke Nederlanden tijdens de Bourgondische
periode enorm toegenomen, op de eerste plaats dankzij nieuwe onderzoekstechnieken en -vragen.
Door traditionele benaderingen zoals het connoisseurship en de codicologie zijn de chronologie en de geografische verspreiding van
de productie verder verfijnd.
Daarnaast wordt de laatste decennia veel aandacht besteed aan de historische contextualisering, de organisatie van het ambacht, de
concrete werkmethodes in het atelier en aan de complexe relaties tussen tekst en beeld.
Cruciaal is de rol van de opdrachtgever bij de productie, het gebruik en de verspreiding van verluchte codices.
Ook de omgang met het middeleeuws perkamenten erfgoed in latere eeuwen wordt in kaart gebracht.
Naar aanleiding van de tentoonstelling Vlaamse miniaturen (Brussel-Parijs, 2011-2012) wil het colloquium een stand van zaken
opmaken van de recente onderzoeksresultaten en de nieuwe perspectieven die ze bieden.
Verbanden tussen enerzijds miniatuurkunst en anderzijds paneelschilderkunst, sculptuur, gravure en houtsnede, glasschilderkunst en
het wandtapijt komen aan bod.
Het is de bedoeling om een vruchtbare interdisciplinaire dialoog tot stand te brengen.
|
|