Al sinds het ontstaan van de mensheid maken engelen, die uit de Semitische beschaving komen, deel uit van ons collectief gedachtengoed. Assyriërs, Babyloniërs en Hebreeërs hadden een voorgevoel van het bestaan van deze wezens, zoals blijkt uit de voorstellingen van hun gevleugelde, goede of kwade goden. In het middeleeuwse westen vertolkten engelen de hoofdrol in het spirituele universum. Wie zijn ze echter in werkelijkheid?
Hoe stelde men deze onstoffelijke wezens, deze geesten met een "etherisch" lichaam, in de middeleeuwen voor ? We kennen verschillende afbeeldingen van engelen, die als het ware de tussenpersonen zijn tussen een eeuwige maar onbereikbare God en een onvermijdelijk vergankelijke wereld; de meeste ervan houden verband met wat ze doen. Engelen, die vaak hiëratische figuren zijn, vervullen immers heel wat functies. We kennen hen als wachters, beschermers, raadgevers en vooral als boodschappers. Ontelbare keren kwamen ze tussen in het menselijk bestaan. Engelen kondigden aan Abraham de geboorte van Izaak aan, redden Daniël uit de leeuwenkuil en waarschuwden Jozef voor de gevaren die hem bedreigden tijdens zijn Vlucht naar Egypte. Bovenal is de voorstelling waarbij Gabriël, een van de zeven aartsengelen, aan Maria de boodschap brengt dat zij het leven zal schenken aan de Verlosser, voor eeuwig op ons netvlies gegrift.
De Pseudo-Dionysius de Areopagiet verdeelde de engelen in zeven hiërarchische orden en negen koren. De engelen zijn ook verantwoordelijk voor de beweging van het heelal en bezielen sterren en planeten. Engelen waken over de wereld. In apocriefe geschriften lezen we dat engelen met zes vleugels rond Gods troon staan en de mensheid observeren. Bovendien beschermen engelen de mens. Immers, wordt elke gelovige, zoals de pelgrim of de jonge Tobias, niet geleid door een engel ?
Een engel heeft echter nog andere gezichten. Hij zorgt ervoor dat Gods wil wordt uitgevoerd of beschermt de rechtvaardigen. Aldus kan het gebeuren dat hij de lelie wegwerpt en het zwaard opneemt. Dan verschijnt de wraakengel ten tonele, de krijger, beschermer van de hemelse Stad; het is de engel die Adam en Eva uit het Aards Paradijs verjaagt of die de goede van de slechte zielen scheidt op de Dag des Oordeels. Het tafereel waarin engelen hun opstandige broeders naar de Hel verstoten omdat ze God afzwoeren of, erger nog, Zijn gelijke wilden zijn, steekt vol symboliek. De gevallen engel krijgt nu het aanschijn van de duivel. Op het einde der tijden bindt de engel de strijd aan met het Beest.
Doordrongen van mystiek of bijgekleurd door volksgeloof, uitdrukking van een spirituele realiteit of gewoon de weerspiegeling van het collectieve onderbewustzijn, een engel verbergt heel wat facetten. De tentoonstelling in de Nassaukapel probeert deze grote verscheidenheid te illustreren met een dertigtal handschriften die tot de kostbaarste behoren die de Koninklijke Bibliotheek bewaart: getijdenboeken, psalteria, kronieken, maar ook verluchte versies van de Apocalyps, de Pèlerinage de vie humaine of zeldzame delen van de Cité de Dieu van de H.Augustinus. Het zijn stuk voor stuk meester-werken van de middeleeuwse schilderkunst die zelden worden tentoongesteld of weinig bekendheid genieten. Na afloop van de tentoonstelling keren ze terug naar de magazijnen van het Handschriftenkabinet, waar "hun bewaarengel ze tegen de tand des tijds beschermt".
Nassaukapel
Van 10
tot 24 december 1999
en van
3 tot 15 januari 2000
Vrije
toegang van 12u. tot 16.50 u.
Gesloten op zondag
Koninklijke Bibliotheek van België
Kunstberg - Brussel