KBR logo

In 1996 werd het Béla Bartók Archief van België opgericht met de instemming van Péter Bartók en dankzij de gezamenlijke inspanningen van Professor Denijs Dille en de Heer Pierre Cockshaw, hoofdconservator van de Koninklijke Bibliotheek van België. De oprichting van dit Archief maakte een situatie concreet die in feite al bestond, en bekrachtigde de bewaargeving van het Fonds Denijs Dille bij de Koninklijke Bibliotheek van België. Ze verleende aan de verzameling een wettelijk bestaan en kende een juridisch statuut toe aan een uitzonderlijk fonds dat sedert 1970, dankzij het doorzicht en de scherpzinnigheid van de heren Herman Liebaers en Martin Wittek, beetje bij beetje bezit had genomen van de rekken in de Muziekafdeling.

Denijs Dille kende een vrij bewogen leven. Hij werd in 1904 te Aarschot geboren in een familie van grote muziekliefhebbers. Als Vlaming had hij een grote interesse voor de Franse cultuur. Hij volgde middelbare studies in zijn geboortestad, waar Herman Meulemans hem wegwijs maakte in de harmonie en de moderne muziek. Hij studeerde filosofie en theologie aan het seminarie in Mechelen en werd vervolgens leraar aan het college van Mol, waar hij werkte van 1928 tot 1936. Daarna was hij van 1936 tot 1961 leraar Frans aan een normaalschool in Antwerpen. Tegelijk met zijn carrière als leraar was hij bijzonder bedrijvig als wetenschapper en criticus. In de jaren dertig was hij bovendien een van de grondleggers van de schoolradio bij het N.I.R. De artikelen die hij schreef ten gunste van de moderne muziek en zijn vele radioprogramma's boden hem de kans kennis te maken met talrijke componisten uit de twintigste eeuw, waaronder Béla Bartók. In 1961 richtte hij in Boedapest het 'Bartók Archívum' op, waarvan hij directeur bleef tot 1971.

Denijs Dille leerde reeds in 1922 het werk van Béla Bartók kennen en ontmoette de componist persoonlijk in 1937. Hij behoorde tot de baanbrekers van het onderzoek naar het werk van Bartók. In 1946 maakte hij kennis met Zoltán Kodály en in 1949 met familieleden van Bartók. Deze laatsten vroegen hem het archief van de componist te inventariseren en te klasseren. Aanvankelijk als zelfstandig musicoloog en vanaf 1961 in officiële functies, gaf hij blijk van een verbazingwekkend dynamisme op het gebied van de editie, de biografie, de muzieketnologie en de esthetica. Ondanks de moeilijke politieke context weigerde hij, met een voorbeeldige intellectuele eerlijkheid, zijn huik naar de wind te hangen. Dille is een integer man die vaak blijk geeft van een vernietigende openhartigheid. Hij slaagde erin zijn werk te behoeden voor het nationalisme, de hagiografie en de communistische stellingen die in die tijd schering en inslag waren in Hongarije. Dankzij grondig onderzoek op het terrein wist hij talrijke documenten van onder het stof te halen, en belangrijke getuigenissen te verzamelen over het leven van de componist. In een poging om het ontstaan van het werk van Bartók te reconstrueren, bestudeerde hij de composities uit de beginjaren van de musicus aandachtig. Tot slot besefte hij ook heel goed welke doorslaggevende rol de volksmuziek had gespeeld in het scheppend werk van de auteur van de Cantata profana. Hij wijdde dan ook heel wat studies aan de wetenschappelijke geschriften van de componist- muzieketnoloog en kende aan de folklore een centrale plaats toe binnen zijn esthetisch denken.

In tegenstelling tot wat zijn naam doet vermoeden, dekt het Fonds Denijs Dille een veel groter onderzoeksgebied. Naast documenten over Béla Bartók en het Hongaarse muziekleven wordt de collectie ook verrijkt met nog twee soorten stukken: enerzijds bijzonder rijke bronnen over de muziek in de twintigste eeuw en anderzijds schenkt ze vooral aandacht aan het Vlaamse muziekleven van die periode. Op grond van zijn omvang en belang behoort het fonds tot de grote collecties van de Koninklijke Bibliotheek van België en kan het met zijn ongeveer 8.000 bibliografische stukken een vergelijking met de bibliotheek van François-Joseph Fétis goed doorstaan. En er is nog meer. Samen met het Fonds Paul en Elsa Collaer -waarvoor het op heel wat gebieden complementair is- vormt het een uniek geheel voor de studie van de muziek van de voorbije eeuw.

Het Béla Bartók Archief van België kan kwantitatief natuurlijk niet wedijveren met het Bartók Archívum in Boedapest en evenmin met het archief dat Péter Bartók destijds in Florida bewaarde. Dit neemt echter niet weg dat het zich onderscheidt door de kwaliteit van zijn stukken. Naast de boeken, partituren, tijdschriften, brieven, handschriften, platen, overdrukken en diverse voorwerpen die gedurende bijna tachtig jaar werden bijeengebracht, omvat het Belgisch Archief heel wat persoonlijke en familiedocumenten die Professor Dille van de verwanten van de musicus kreeg. Een groot deel van het fonds werd vóór 1960 verzameld, in een periode waarin Hongarije weinig waarde hechtte aan deze belangrijke onderdaan en heel kritisch stond tegenover dit 'burgermannetje'. Het fonds kwam tot stand rond stukken die afkomstig waren uit de nalatenschap van Paula Voit-Bartók, de moeder van de componist. Uit vriendschap voor Professor Dille of om aan privé-geschriften een veilig onderkomen te geven, deden ook andere familieleden zoals Elza Bartók-Oláh Tóth, Márta Ziegler-Bartók, Ditta Pásztory-Bartók, Béla Bartók Junior en Ilonka Bartók-Kopsland de ene schenking na de andere. Zo werd de bibliotheek van de Belgische musicoloog een verplicht te raadplegen bron voor al wie zich wilde verdiepen in het leven en het werk van hun beroemde familielid.

Inlichtingen: tel. 02/519.53.55