Het Museum van de 18de eeuw is ingericht in de residentie van
Karel van Lotharingen, gouverneur-generaal van de Oostenrijkse
Nederlanden van 1744 tot 1780. Deze residentie werd vanaf 1757
gebouwd op de plek waar vroeger het paleis van Nassau stond. Er
bestaat alleen nog een gevel uit het laat-rocaille en begin neo-classicisme
met decoratieve elementen van Laurent Delvaux.
Het marmeren beeld van Hercules in het trappenhuis is eveneens het werk van Delvaux. De rotonde, een zaal in Italiaanse stijl, is versierd met een vloer waarin stalen van marmersoorten uit onze gewesten zijn ingevoegd.
In de vijf zalen van de residentie van Karel van Lotharingen staan voorwerpen ten toon die herinneren aan de Oostenrijkse Nederlanden en het prinsbisdom Luik in de 18de eeuw:
een draagstoel, een slede,
medailles,
goud- en zilversmeedwerk, porselein,
wetenschappelijke en technische toestellen,
schilderijen en muziekinstrumenten
en in de laatste zaal een gedekte tafel.
Deze voorwerpen komen uit de verzamelingen van de Koninklijke Bibliotheek van België, de Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis -Jubelpark en het Muziekinstrumentenmuseum- en privéverzamelingen.
Ze geven de levenssfeer en de interessepunten weer van Karel van Lotharingen. Een intelligent leergierig man op gebied van de wetenschappen en het occultisme; een kenner van de "Encyclopédie" van Diderot en d'Alembert; kunstliefhebber en verwoed verzamelaar.