|
We
mogen de zaken echter niet slechter voorstellen dan ze zijn. Ondanks alles is een
groot aantal eigendomsvermeldingen bewaard gebleven6. Het hoeft niet te verwonderen dat
religieuze orden heel vaak aan bod komen. In de huidige fase van de catalogisering zijn
de franciscanen het best vertegenwoordigd. De Leuvense minderbroeders bekleden de eerste
plaats8. Dit valt nog gemakkelijker te begrijpen als je rekening houdt met de gunstige
ligging van het klooster - de universiteitsstad Leuven was een belangrijk centrum voor
de boekhandel - en met het feit dat de broeders herhaaldelijk een inventaris hebben
opgemaakt van hun verzameling, waardoor ze in de boeken een spoor nalieten voor het
nageslacht [Figuur 2]9.
Er
bestaan niet alleen handgeschreven, maar ook gedrukte of gegraveerde ex-librissen10. Deze
eigendomsvermeldingen, waarvan de meeste die we in de Bibliotheek bewaren uit de 19de eeuw
dateren, bieden ons de kans een beter inzicht te verwerven in de manier waarop de
verzamelingen van de Koninklijke Bibliotheek tot stand zijn gekomen. In verband hiermee
verwijzen we ten overvloede naar de heel belangrijke bijdrage van de bibliotheek van de
Gentse bibliofiel Charles Van Hulthem, die bij zijn dood door de Belgische Staat werd
aangekocht [Figuur 3]11. In zijn boeken treffen we andere gedrukte ex-librissen aan van
bibliofielen wier bibliotheek of een deel daarvan na hun dood door Van Hulthem werd
verworven12. In 1842 stond de Stad Brussel zijn uitgebreide verzameling af aan de
Koninklijke Bibliotheek. Van de 47.000 werken die aldus in het bezit kwamen van
de Bibliotheek, zijn er ongeveer 1.500 incunabelen met het stempel
'Fonds de la Ville' [Figuur 4]. Het hoeft geen betoog dat dit een heel belangrijke
aanwinst was, aangezien deze verzameling deels bestond uit de boeken van de voormalige
Bourgondische Librije en van oude religieuze instellingen in ons land13.
|