Amsterodami, Van den Keere, 1614 [=1619]. Onbepaalde schaal, 35 x 47,5 cm.
XX Amérique générale 1614 Kaerius III 9500 KP
Pieter Van den Keere, wiens verlatijnste naam Petrus Kaerius als handtekening onderaan de kaarten staat, werd in 1571 te Gent geboren. In 1584 verliet zijn familie om godsdienstige redenen de Spaanse Nederlanden en vestigde zich te Londen. Tijdens zijn verblijf aldaar kreeg hij bij zijn schoonbroer Jodocus Hondius (1563-1612) een opleiding als graveur. In 1593 stak de familie opnieuw de zee over en vestigde zich te Amsterdam, waar Van den Keere, alleen of in samenwerking met Hondius, zijn kartografisch werk voortzette. Na tien kaarten, bestemd voor een werk van Willem Barents over de Middellandse Zee, graveerde hij een Caert-Thresoor op klein formaat, en liet daarna een reeks afzonderlijke kaarten verschijnen. Hij werkte ook met Hondius samen bij het vervaardigen van wandkaarten, onder andere van Europa, de Zeventien Provinciën en de wereld; hij gaf stadsgezichten in meerdere bladen uit, van Utrecht, Keulen, Amsterdam, Parijs ... In 1617 publiceerde hij de Germania Inferior, een atlas der Zeventien Provinciën met tekst door Petrus Montanus (ca 1560-1625), die eveneens een schoonbroer van Hondius was; het werk is opgedragen aan de Staten-Generaal der Verenigde Provinciën, en al zijn kaarten hebben een grafische schaal en in de rand aanduiding van breedte en lengte. De kaarten in de uitgave van het Prospect of the Most Famous Parts of the World van John Speed vormen het laatst gekende belangrijke werk van Pieter van den Keere: het verscheen in 1646, het vermoedelijke jaar van zijn overlijden.
In 1611 bood onze kartograaf het publiek een Nova Totius Orbis Mappa ex Optimis Auctoribus Desumta in 12 bladen aan (het enige gekende exemplaar wordt bewaard in de Sutro Library te San Francisco), die een zekere overeenkomst vertoont met de hier tentoongestelde kaart van Amerika. De tracés op de wereldkaart zullen inderdaad drie jaar later hernomen en meer in detail uitgewerkt worden op de afzonderlijke kaarten der werelddelen. Van den Keere volgde hier het in 1592 gegeven voorbeeld van Plancius en Claesz. De in 1616 ontdekte Straat van Le Maire staat niet op de eerste, door zijn neef Abraham Goos gegraveerde, staat van de Amerikakaart, maar wel op de, eveneens van 1614 gedateerde, tweede. De uitleg hiervoor is eenvoudig: toen de bijvoeging op de koperplaat aangebracht werd heeft de graveur vergeten de datum in de cartouche te wijzigen. Tooley neemt op eigen gezag 1616 aan als datum voor deze tweede staat; wij zouden eerder 1619 voorstellen, en wel om twee redenen. Ten eerste kwamen de overlevenden van de expeditie van Le Maire (?-1616) slechts in juli 1617 in Nederland terug, en het duurde een zekere tijd voor het nieuws algemeen bekend was. Ten tweede verscheen het met verschillende kaarten verluchte verhaal van de expeditie door één der deelnemers, Willem Schouten (?-1625), in 1618 gelijktijdig te Parijs en te Amsterdam, en werd een jaar later heruitgegeven door Pieter Van den Keere in het huis "In de onseeckere tijd". De afdeling Kaarten en Plans bezit één der drie gekende exemplaren van deze tweede staat. Dit is spijtig genoeg onvolledig: het boordsel met zichten op steden, inboorlingen en portretten van zeevaarders ontbreekt. Nicolaas Visscher heeft tussen 1636 en 1652 deze kaart zonder wijzigingen overgenomen.
Zuid-Amerika wordt hier voorgesteld in de van de Spaanse en Portugese kartografen overgenomen te brede vorm. De loop van de Amazone stemt meer met de werkelijkheid overeen dan op sommige kaarten uit die tijd, die ze te kronkelig maakten. Toch blijven er nog fouten: zo ligt er een mythisch meer in Guyana, het Parime Lacus bij de legendarische stad Manoa, en het Eupana-meer bij de bronnen van de Parana. Wat Noord-Amerika betreft moet er op gewezen worden dat de gegevens van het karton niet overeenstemmen met die van de kaart. Zo ligt bijvoorbeeld aan de Westkust Kaap Fortuna op de kaart op 56° Noorderbreedte, maar op het karton op 50°. Deze onzekerheid komt voort uit de ontoereikende kennis welke men in het begin der 17e eeuw van deze streken had. In het Oosten geeft het karton geen enkel eiland ten Zuiden van Groenland, terwijl op de kaart Friesland, Hales, Lester Point en Koningin Elisabeth te zien zijn; hier vindt men ook een watervlakte op de plaats van het Mare Dulce. Californië is een schiereiland en Nieuw Albion komt overeen met de in 1579 door Francis Drake ontdekte gebieden. Dit deel van de wereld is op een opmerkelijke manier uitgerekt: op 50° Noorderbreedte bedraagt de afmeting van het subkontinent 130°, dit is het dubbele van de werkelijke breedte.
Breng me naar: Wereldkaarten en kaarten van Amerika / Kaarten van Noord-Amerika / Kaarten van Midden- en Zuid-Amerika / Inleiding
Terug naar: de homepage van de KBR