Onbepaalde schaal, 37 x 51 cm ; in Cornelis DE JODE, Speculum Orbis Terrae, Antverpiae, Erven De Jode, 1593.
VH 14.356 C LP
Gerard De Jode (1508?-1590) gaf in 1578 te Antwerpen het Speculum Orbis Terrarum uit, een atlas met 90 kaarten, waarmee hij hoopte te kunnen konkurreren met het Theatrum van Abraham Ortelius. Dit laatste werk viel echter meer in de smaak van het publiek, zoals blijkt uit zijn talrijke kort op elkaar volgende heruitgaven. Het Speculum had dan ook niet het verwachte sukses, en het duurde vijftien jaar voor een tweede uitgave verscheen, onder een licht verschillende titel. De atlas telde voortaan 112 kaarten, en de uitgave was verzorgd door Gerard's zoon Cornelis (1568-1600). Volgens zijn grafschrift was deze een van de tamelijk zeldzame kartografen die veel gereisd hadden: Noorwegen, Denemarken, Ijsland en - dit staat vast - Italië en Spanje. Maar een vroegtijdige dood maakte een einde aan zijn veelbelovende loopbaan.
In het Speculum van 1578 was alleen Zuid-Amerika afgebeeld. In 1593 voegde Cornelis er 2 kaarten van Noord-Amerika bij: het Quivirae Regnum, dit is het Noordwesten van het subkontinent met de Straat van Anian, en de hier tentoongestelde America Pars Borealis. Deze, een der weinige kaarten in de atlas die de naam van de kartograaf dragen, is beperkt tot het gebied tussen 24° NB en de pool. Cumming, die het dokument bestudeerd heeft, vermeldt de invloed die het ondergaan heeft van de wereldkaart "ad usum navigantium" van Gerard Mercator (1569) en de Americae sive Novi Orbis Nova Descriptio van Ortelius (1589), maar spreekt niet van de Nova et Exacta Terrarum Orbis Tabula van Petrus Plancius (1592), die naar onze mening de voornaamste bron ervan is. De Amerikaanse historicus heeft dit werk misschien beschouwd als tweedehands en van minder belang, omdat Plancius zelf ook elementen van zijn voorgangers overnam: zo is de pool ontegensprekelijk ontleend aan Mercator, en Ijsland aan het Islandia van Ortelius (1585). Toch is de vormgeving van het werelddeel het oorspronkelijk en persoonlijk werk van Plancius, en veel van zijn karakteristieke eigenschappen vindt men terug in de America Pars Borealis. Zo zijn het Noordoosten en het Zuiden bij C. De Jode bijna doordrukken van Plancius, alleen lichtjes vereenvoudigd door het verschil in schaal en formaat. De kusten van Groenland, het eiland Friesland, Labrador en Terra de Corterealis vertonen dezelfde vorm en dezelfde plaatsnamen. Dit is ook zo voor de streek van Saint Peter's, die aan het vasteland vastzit en niet zoals op de wereldkaart van Mercator een eiland vormt. Dezelfde gelijkenis valt ook op voor het gebied van Terchichimechi - een naam duidelijk afgeleid van die der Chichimeken - en voor Californië, waarvan de Oostkust bijna horizontaal loopt en niet naar het Noorden afbuigt zoals op de kaarten van Mercator en Ortelius. Andere bewijzen worden gevormd door het voorkomen van het "Lago de Conibas" en van bergketens zoals de Appalachen.
Cumming heeft daarentegen volkomen terecht opgemerkt dat de America Pars Borealis recente gegevens ontleent aan de Americae Pars, nunc Virginia van White (1590) en de Floridae Americae Provinciae van Le Moyne de Morgues (1591), die beide opgenomen zijn in de "Grands Voyages" van Théodore de Bry, waaraan C. De Jode ook de inboorlingen in zijn cartouche ontleend heeft. Zo komt aan de Westkust van Florida, tussen de Mayo-rivier en Santa Helena, een Fort Carolina voor, en aan de monding van de Rio de Gallo, niet ver van de "Sequana flumen" (de "Seine") ligt de Franse vestiging Charlefort. C. De Jode plaatst Virginia ten Noorden van Kaap "de las Arenas", en deze foutieve verschuiving zal overgenomen worden door andere kartografen, zoals C. Wytfliet.
Breng me naar: Wereldkaarten en kaarten van Amerika / Kaarten van Noord-Amerika / Kaarten van Midden- en Zuid-Amerika / Inleiding
Terug naar: de homepage van de KBR