Erven HOMANN, Vorstellung einiger Gegenden und Plaetze in Nord-America unter Franzoesich und Englische Jurisdiction gehoerig zu finden bey den Homaennischen Erben.

Nürnberg, Erven Homann, 1756. Meerdere schalen, 47,6 x 52,4 cm, gekleurd.

XXXI Québec 1756 Homann III 10.365 KP

Op één blad vindt men hier de steden Quebec, Louisbourg en Halifax, de inzet van de oorlog tussen Britten en Fransen die in 1754 uitbrak en in 1760 eindigde met de Franse kapitulatie. De plans der eerste twee steden zijn overgenomen van Jacques-Nicolas Bellin (1703-1772) en dateren eigenlijk van 1744. Zij komen ook, met dezelfde titels en legenden, voor in de Atlas maritime (1764) van deze Franse kartograaf. De op het plan van Halifax gebruikte taal wijst op een Engelse bron, misschien de Map of the British and French Dominions in North America van John Mitchell (1755), waarop de drie plans voor het eerst samen voorkomen. De tentoongestelde kaart heeft 1756 als datum; zij komt ook voor in de Städt-Atlas van de Erven Homann uit 1762.

Het hier voorgestelde beeld van Quebec is niet dat van het midden van de 18e eeuw, maar wel dat van de jaren 1705-1710. Het plan is blijkbaar gegraveerd naar een handschrift uit 1709, toegeschreven aan Jacques Levasseur de Néré (1662-na 1723) en bewaard in het "Centre des Archives d'Outre-Mer" te Aix-en-Provence. Men vindt er immers geen enkel spoor van bouwwerken na 1710: de afbraak van de oude omwalling en zijn vervanging door twee schansen (1712) wordt hier niet weergegeven, evenmin als de verdubbeling van de lijn bastions tussen La Glacière (t) en Joubert (v) en de bouw van het halfbastion van Le Cap als voorpost voor Joubert (1720). Aan de voet van het kasteel Saint-Louis (a) bevindt zich nog steeds een kruispunt van straten, en niet de open ruimte van het Wapenplein. Ook bestaat er nog geen bebouwde wijk tussen het Seminarie en het Godshuis.

Louisbourg, de voornaamste stad van het "Ile Royale" (Cap Breton), was van groot strategisch belang: het beheerste immers gans de toegang tot de Sint-Laurens. Sinds het verdrag van Utrecht (1713), waarbij het schiereiland Acadië Brits werd en de naam Nova Scotia kreeg, waren Franse kolonisten uit Acadië en Newfoundland naar Louisbourg toegestroomd. De stad kende daardoor een grote opgang en werd op handelsgebied een draaischijf voor gedroogde vis van de kusten van Labrador, waaruit voornamelijk olie gewonnen werd, industriële produkten uit Frankrijk en suikerstroop en rum van de Antillen. De vesting ging door als onneembaar van zee uit, en moest dan ook belegeringen van de landzijde doorstaan. Zij viel een eerste maal in 1745, werd drie jaar later door de Britten teruggegeven, maar in 1758 door hen heroverd en afgebroken. De stenen ervan werden naar Halifax vervoerd en er gebruikt voor de bouw van deze nieuwe stad.

Halifax werd in 1749 door de Britten gesticht aan de als rede zeer geschikte baai van Chibouctou. De plaats was ook gekozen vanwege haar geschiktheid voor het Britse doordringen in de in meerderheid Frans gebleven provincie Nova Scotia. De eerste winter steeg de bevolking door de bouwwerken tot 4000 zielen, maar zakte in 1755 tot 2000 inwoners, om vervolgens stabiel te blijven. Het plan van Halifax is, zoals dat van vele steden in de Nieuwe Wereld, regelmatig en geometrisch. De stad is weergegeven in de toestand van voor 1755: de vijf forten en de omwallingen werden in 1750 voltooid, maar drie in de zomer van 1755 langs de baai opgerichte batterijen zijn niet afgebeeld. Het plan van de stad staat in een karton in een kaart van de omgeving.

Na het overlijden van Johann Baptist Homann in 1724 ging de leiding van zijn zaak over op zijn zoon Johann Christoph (1703-1730). Bij diens dood en ingevolge de bepalingen van zijn testament kwam de firma in handen van zijn schoonbroer Johann Georg Ebersberger (1695-1760) en zijn gewezen studiegenoot te Halle Johann Michael Franz (1700-1761). De zaak kreeg onder hun leiding de naam "Erven Homann". In 1755 trok J.M. Franz zich terug ten voordele van zijn broer, en bij de dood van Ebersberger in 1760 volgde diens schoonzoon hem op. Behalve tijdens een onzekere periode tussen 1755 en 1760 wisten Ebersberger en Franz de hoge kwaliteit van hun kaarten te handhaven. Vanaf 1769 was hun produktie meer gericht op regionale atlassen. De Nürenbergse firma hieldt slechts in 1852 op te bestaan.

Bibliografie


Breng me naar: Wereldkaarten en kaarten van Amerika / Kaarten van Noord-Amerika / Kaarten van Midden- en Zuid-Amerika / Inleiding

Terug naar: de homepage van de KBR