Joan BLAEU, Nova Belgica et Anglia Nova.

Amsterdam, Joan Blaeu, 1642. Schaal in Duitse mijlen, 30 x 50,6 cm.

XXII Etats-Unis part. N.E. ca 1642 Blaeu III 10.367 KP

Deze met het Noorden rechts geörienteerde kaart van Joan Blaeu geeft het door de Hollanders gekoloniseerde deel van Noord-Amerika weer. De titel staat in een door twee Indianen omlijste cartouche. De kaart geeft vooral details van de kusten, van Nieuw-Frankrijk, Novae Franciae Pars, over Nieu Engeland, Nova Anglia of Almouchicosen en Nieu Nederlandt of Novum Belgium, tot de Chesapeake-baai, Virginiae Pars. In het Noorden, rechts dus, wordt de kaart begrensd door de loop van de Sint-Laurens; zijn bovenloop wordt Magnus fluvius Novi Belgij of De groote Rivier van Nieu Nederlandt genoemd en vertoont enkele verbredingen - een vage aanduiding van de Grote Meren ? - en de aanduiding De groote afval, waarschijnlijk de Niagara-watervallen, wier bestaan bekend was. Aan de kust staan de namen van talrijke dorpen, zoals Nieu-Amsterdam, het huidige New York, en in het binnenland Fort Orange, het huidige Albany aan de Noord-Rivier al : Marilius Rivier (de Hudson) en Nieu Plymouth, het huidige Plymouth. De woongebieden der Indianenstammen worden weergegeven: de Manatthans nabij Nieuw-Amsterdam, de Morhicans, de Pequetoos, de Nahicans ... evenals het reliëf. Opmerkelijk is de verkeerde plaatsing van het Irocoisiensis-meer, het huidige Champlainmeer, dit in navolging van de kaart van Samuel de Champlain uit 1613. Ook eigenaardig is het Spaanse opschrift Mar del Nort. Op de rug van de kaart geven twee teksten in het Nederlands, met als titels Nieuw-Engelandt en Nieuw-Nederlandt een beschrijving van de kust en een deel van het binnenland, en ook van de volken die er wonen. De gedetailleerde tekeningen van twee Indiaanse dorpen, misschien geïnspireerd door het plan van Hochelaga, en van twee uit boomstammen gehouwen Indiaanse kano's behoren tot de meest belangwekkende eigenschappen van deze kaart. Er zijn ook typische vertegenwoordigers van de Noordamerikaanse fauna: de reeds gekende beer, reiger, kraanvogel, hert, konijn en kalkoen; de bever, de bunzing en de met een vis in zijn bek getekende otter zijn hier misschien voor het eerst voorgesteld.

Deze kaart verscheen in 1635, in het tweede deel van de Duitse, Nederlandse, Franse en Latijnse uitgaven van het Theatrum Orbis Terrarum of Novus Atlas. Zij had een grote invloed op talrijke Europese kartografen van de 17e eeuw. De tentoongestelde kaart komt uit de Nederlandse uitgave van 1642. De kartografische details zijn afkomstig van de kaart van Nieuw-Frankrijk van Samuel de Champlain, van een kaart uit de uitgave van 1630 van het werk van Joannes De Laet en van een handschriftkaart van Adriaen Block, die in 1614 de benedenloop van de Hudson en het omliggende gebied verkende met de Onrust, het eerste door Europeanen op Manhattan gebouwde schip.

De gebieden rond Manhattan en de Delaware-baai waren reeds sinds 1609 onderzocht door Henry Hudson (? - na 1611) en anderen. Een vijftiental jaar later kwamen de eerste kolonisten zich er vestigen. In 1624 voer de Nieuw Nederland onder bevel van Cornelis Jacobsz. May naar de Nieuwe Wereld, met aan boord een dertigtal protestantse gezinnen, merendeels Walen uit de Zuidelijke Nederlanden die wegens de geloofsvervolgingen naar Leiden gevlucht waren. Zij vestigden zich op vier plaatsen: in Connecticut, aan de Delaware-baai, aan de Hudson waar thans Albany ligt, en op Manhattan. Hier werden acht mensen aan land gezet, die in mei 1624 het eiland officieel voor de West-Indische Compagnie in bezit namen. Het volgende jaar werden de vier bestaande kernen versterkt met een nieuw kontingent opnieuw merendeels Waalse kolonisten, die vee, zaaigoed en landbouwwerktuigen meebrachten. In 1625 besloot de West-Indische Compagnie op Manhattan Fort Amsterdam te bouwen; dit werd vanaf 1626 het hart van een kleine nederzetting. Hetzelfde jaar kocht Peter Minnewit (1580-1638), direkteur van de kolonie, het eiland Manhattan van de Indianen voor goederen te waarde van 60 gulden. Op 2 februari 1653, onder het bewind van gouverneur Peter Stuyvesant (1647-1664), kreeg het plaatsje Nieuw-Amsterdam, dat toen ongeveer 800 inwoners telde, officieel zelfbestuur. Ondertussen hadden Zweden zich in 1638 aan de oevers van de Delaware en de Schuykill gevestigd, en er de kolonie Nieuw-Zweden gesticht. Zij bouwden er meerdere forten, waaronder het naar hun koningin genoemde Fort Christina, het huidige Wilmington. In 1655 onderwierp een Nederlandse expeditie onder Peter Stuyvesant de kleine Zweedse kolonie, die een deel van Nieuw-Nederland werd. In 1664 maakten de Engelsen zich meester van de gewezen Zweedse kolonie aan de Delaware en ook van Nieuw-Amsterdam, dat zij omdoopten in New York.

Bibliografie


Breng me naar: Wereldkaarten en kaarten van Amerika / Kaarten van Noord-Amerika / Kaarten van Midden- en Zuid-Amerika / Inleiding

Terug naar: de homepage van de KBR