New Orleans werd in 1718 gesticht door Jean-Baptiste Le Moyne de Bienville (1690-1768) en genaamd naar Philippe d'Orléans, regent van Frankrijk. De plaats van de nederzetting, op de linkeroever van de Mississipi, was niet zeer goed gekozen: de ankerplaats is weliswaar goed, maar het gebied is moerassig en regelmatig onderhevig aan overstromingen. Door de komst in 1720 van twee koninklijke ingenieurs, Adrien Pauger (?-1726) en Jean Leblond de La Tour (?-1723) kon in 1722 begonnen worden met de bouw van een fort, en een jaar later met droogleggingswerken: dammen, dijken en een afwateringskanaal werden aangelegd. De stad werd gezonder en groeide; geestelijke orden zoals de Jezu‹ten en de Ursulinen vestigden zich er. Bij de afstand van Louisiana aan Spanje in 1763 bedroeg de bevolking ongeveer 3200 zielen.
In het begin was New Orleans slechts een bescheiden verzameling houten hutten en de ontginning was pas begonnen, maar een in 1723 opgemaakt plan (Centre des Archives d'Outre-Mer, Aix-en-Provence, Dépôt des Fortifications, n°68) vertoont een netwerk van rechte straten bovenop een nog steeds bebost gebied. Het geeft dus niet de werkelijkheid weer, maar moet beschouwd worden als een soort uitbreidingsplan, waarop reeds straatnamen gezet waren. Het is het werk van Jean Leblond de La Tour, een der twee hierboven vermelde ingenieurs, die achttien maanden voor zijn overlijden luitenant-generaal van Louisiana werd. Niettegenstaande alle moeilijkheden kreeg New Orleans weldra het typische uitzicht van een stad in de Nieuwe Wereld: regelmatig aangelegde wijken en, zoals hier, een rechthoekige omwalling. Op te merken valt dat de oorspronkelijk voorziene oppervlakte meer dan groot genoeg was: op het einde van de eeuw was het als "Vieux Carré" bekend staande gebied nog lang niet volgebouwd.
De rol van Isaac Tirion (ca 1705-1760), auteur van dit plan, wordt nog altijd betwist: was hij alleen uitgever-boekhandelaar of had hij ook een opleiding als kartograaf gekregen? Wat er ook van zij, zijn kaarten munten uit door klaarheid, nauwkeurigheid en homogeniteit. Zijn Grondvlakte van Nieuw Orleans is gekopieerd van het werk van Thomas Jefferys, Plan of New Orleans, the capitale of Louisiana with the disposition of its quarters and canals as they have been traced by Mr de la Tour in the year 1720 (1759): net als bij ons plan staan er aan de zijkanten twee kartons die de loop van de Bayagoulas-stroom tot de zee en zijn Oostelijke monding met het fort La Balise weergeven. Dit laatste karton is overgenomen van Nicolas Bellin (1703-1772), en komt voor het eerst voor in het werk van pater Charlevoix, Histoire de la Nouvelle France (Parijs, 1744), waarin ook een plan van de stad in de jaren 1740 staat; dit kan slechts een onrechtstreekse bron voor dat van Jefferys geweest zijn. Toch is een fout van Bellin door Jefferys en Tirion overgenomen: in vergelijking met het plan van Leblond de La Tour zijn de namen van de Conti- en de Saint-Louis-straat verwisseld. Het plan van Tirion geeft de grote gebouwen en partikuliere woningen weer, de kade met de dijk tegen overstromingen, de wegen, waarvan er een langs de Bayou Saint-Jean naar het Pontchartrainmeer leidt, en de ankerplaatsen voor schepen en kano's.
Breng me naar: Wereldkaarten en kaarten van Amerika / Kaarten van Noord-Amerika / Kaarten van Midden- en Zuid-Amerika / Inleiding
Terug naar: de homepage van de KBR