Mexico, dat door de Azteken Tenochtitlan genoemd werd, en dat in sommige zestiendeeuwse dokumenten voorkomt onder de naam Temistitan, was bij de aankomst der Conquistadores een betrekkelijk recente stad: zij bestond nog geen tweehonderd jaar. Deze indrukwekkende metropolis, waarvan de bevolking op meer dan een half miljoen geschat werd, maakte een grote indruk op de eerste Spanjaarden die ze bezochten. Hun getuigenissen zijn des te kostbaarder omdat zij een wereld beschrijven die spoedig zou verdwijnen. De Azteekse hoofdstad, gebouwd op in een lagune verspreide eilandjes en zandbanken, was slechts door hardnekkig werken tot stand gekomen. Zij werd doorsneden door kanalen, was in wijken verdeeld en met het vasteland verbonden door drie opgehoogde en door bruggen doorsneden steenwegen, die volgens de kroniekschrijvers breed genoeg waren om acht paarden naast elkaar door te laten.
Het eerste in Europa gekende plan van Mexico kwam voor in de uitgave van de brieven van Hernan Cortes (1485-1547), die in 1524 te Neurenberg en nog hetzelfde jaar te Venetië verscheen. Het was niet zeer nauwkeurig of korrekt - de auteur was duidelijk geen kartograaf -, maar de voornaamste kenmerken van de stad werden er op afgebeeld: eilandjes, steenwegen, bruggen ... Ook enkele belangrijke gebouwen en pleinen komen er op voor: het marktplein, de offertempel en het paleis van Montezuma, evenals een in het Oosten opgeworpen dijk, die de stad moest beschermen tegen de soms hevige stormen. Drie jaar later publiceerde Benedetto Bordone een gelijkvormige maar omgekeerde voorstelling. Deze werd gekopieerd door Antoine du Pinet (?-ca 1584) in zijn Plants, pourtraitz et descriptions de plusieurs villes et forteresses (Lyon, 1564), en door Braun en Hogenberg in hun Civitates Orbis Terrarum. Bij iedere uitgave verdwenen er details, en het plan werd tenslotte slechts een evokatie, die daarenboven nog naar het Westen georiënteerd was. Een ander element trekt de aandacht: de stad ligt in het midden van het Texcoco-meer, hoewel in werkelijkheid in het Oosten een grote wateroppervlakte lag, die de uitbreiding van de aglomeratie verhinderde. Het plan was in ieder geval reeds bij zijn verschijnen grotendeels verouderd. Na het beleg van 1521, waarbij meer dan 200.000 mensen het leven lieten, gaven de Spanjaarden bevel tot een gedeeltelijke drooglegging en tot de verwoesting van paleizen en tempels, zodat een hoofdstad ontstond die niets meer te maken had met de pracht der Azteken.
Evenzo moet in de voorstelling van Cuzco eerder een algemene indruk dan een preciese beschrijving gezien worden. Om zich een voorstelling te maken van de Inka-hoofdstad bij de aankomst van Francisco Pizarro moet men veeleer de door archeologen opgemaakte plans bestuderen dan de nogal vage beschrijvingen door Spaanse soldaten. De stad was veel onregelmatiger gebouwd dan Braun en Hogenberg tonen; zij werd door twee rivieren doorsneden en was verdeeld in grote, met de windstreken overeenkomende, sektoren. De wijken werden begrensd door smalle, maar geplaveide en elkaar rechthoekig snijdende straatjes, en bevatten grote open ruimten. Het plein dat omringd werd door het paleis van de Inka, de grote tempel en de huizen der hoogwaardigheidsbekleders was het geografische en sociale centrum, vanwaar vier wegen naar de verste uithoeken van het rijk vertrokken. De vesting Saxahuaman, die de ganse stad beheerste, stond op een heuvel in het Noorden. Zij werd gevormd door een driedubbele wal, waarbinnen waterbekkens, magazijnen en arsenalen stonden, evenals drie torens waaronder een ronde, die evenwel niet zoals het plan weergeeft langs de kant van de stad lag, maar wel naar buiten gericht was en van de nederzetting gescheiden door een tamelijk steile helling. Deze formidabele vesting werd door de Spanjaarden met de grond gelijk gemaakt, maar de volmaakt gladde en in elkaar passende cyklopische blokken waaruit de grondvesten bestaan wekken nu nog de algemene bewondering op. Het beleg van 1536 en de oprichting van een Audiencia te Lima in 1543 waren rampzalig voor de stad. Het plan van Cuzco door Braun en Hogenberg is gebaseerd op dat van Giovanni Ramusio (Cat. nr15), via het werk van Antoine du Pinet.
De Civitates Orbis Terrarum, waarvan deze twee plans deel uitmaken, zijn het werk van de Keulenaar Georg Braun (1541-1622) en twee Mechelse graveurs: Frans Hogenberg (?-1590) en Simon Novellanus (of Van den Heuvel), over wie slechts weinig gegevens bekend zijn. Het werk kende een groot sukses, werd vertaald en geleidelijk van talrijke aanvullingen voorzien tot het verschijnen van Boek VI in 1617.
Breng me naar: Wereldkaarten en kaarten van Amerika / Kaarten van Noord-Amerika / Kaarten van Midden- en Zuid-Amerika / Inleiding
Terug naar: de homepage van de KBR