Paris, 1837, 60,5 x 48,5 cm.
XXIV Cuba 1837 De La Cosa III 10.370 KP
Deze kaart is waarschijnlijk één van de oudste kartografische dokumenten met betrekking tot de reizen van Christoffel Columbus (1451-1506) en John Cabot (ca 1455-1499). De auteur ervan is de in 1509 overleden Juan de La Cosa, die in 1493 en 1494 als kartograaf deelnam aan de tweede reis van Columbus; in tegenstelling tot wat in de geschiedschrijving van de ontdekking der Nieuwe Wereld vaak herhaald wordt, was hij bij diens eerste reis in 1492 niet aanwezig als loods en eigenaar van de "Santa Maria". In 1499 en 1500 nam La Cosa deel aan de ontdekkingsreizen van Alonso de Ojeda (1471-1515), Amerigo Vespucci (1451-1512) en Vicente Yanez Pinzon (ca 1461-ca 1524).
Het origineel van de hier tentoongestelde reproduktie is een door La Cosa ondertekende en van 1500 gedateerde handschriftkaart. De echtheid van de datum is bevestigd geworden door een reeks moderne laboratoriumproeven met radiografie, stralenweerkaatsing en ultraviolette straling. Daarenboven bevat de kaart niets dat zou kunnen wijzen op gebeurtenissen van na 1500 zoals de derde reis van La Cosa naar de Nieuwe Wereld in 1501 en 1502, toen hij de Golf van Uraba en de kust van Darien ontdekte. Over het ontstaan van de kaart in 1500 en haar geschiedenis is helemaal niets bekend, tot de toenmalige Nederlandse ambassadeur in Frankrijk baron Walckenaer ze in 1833 kocht van een Parijs antiquair. Later werd zij verkocht aan de koningin van Spanje, en thans bevindt zij zich in het Museo Naval te Madrid. Zij is op perkament getekend en meet 183 op 96 cm. De hier tentoongestelde reproduktie dateert van 1837, dus vier jaar na de ontdekking van het origineel.
Sommige historici der kartografie hebben de echtheid van dit dokument betwijfeld. Thans wordt algemeen aangenomen dat het om een kopie van de originele kaart van La Cosa gaat. Dit blijkt uit het feit dat de kopiist moeite gehad heeft om het schrift van La Cosa te ontcijferen: meerdere namen in de kustgebieden van Zuid-Amerika die La Cosa zelf bezocht heeft zijn onverstaanbaar en zonder betekenis. Onze kaart is in ieder geval het beste eigentijdse dokument waarin de stand der ontdekkingen aan het einde van de 15e en het begin van de 16e eeuw wordt weergegeven. Het is ook de kaart uit die periode die het meest bestudeerd is.
De kaart van La Cosa bestaat eigenlijk uit twee afzonderlijke kaarten, één van de Oude en één van de Nieuwe Wereld, opgemaakt op twee verschillende schalen, wat meer voorkwam op aan aardrijkskundige ontdekkingen gewijde kaarten uit die tijd. De twee kaarten zijn samengevoegd langs de meridiaan van de Azoren. De hier tentoongestelde reproduktie vertoont alleen Amerika. Haar schaal is groter dan die van de kaart van de Oude Wereld, in een verhouding van 1,4 tot 1. Het gevolg hiervan is dat Amerika veel uitgestrekter is in vergelijking met Europa, Afrika en het afgebeelde deel van Azië. Een ander effekt van het gebruik van twee schalen is dat Brazilië op bijna dezelfde breedte ligt als Kaap de Goede Hoop, en dat Cuba boven de Kreeftskeerkring geplaatst is. Ook zijn de 400 mijlen tussen Ierland en Newfoundland tot 240 teruggebracht. Door al deze kenmerken menen sommige historici der kartografie dat La Cosa zelf alleen de Nieuwe Wereld heeft getekend, en dat een anoniem kartograaf er de Oude heeft bijgevoegd om een vergelijking mogelijk te maken. Op de volledige kaart bestaat de schaal uit een stippellijn zonder getallen of uitleg. De afstand tussen twee stippen bedraagt ogenschijnlijk 50 mijl. Lengte- of breedtegraden zijn evenmin aangeduid, maar de volledige kaart bevat wel windrozen en koerslijnen. In het Westen vermeldt La Cosa de reizen van Cabot en in het Noorden die van Columbus en de Spaanse ontdekkingsreizigers. Ook de evenaar en de Kreeftskeerkring zijn aangegeven.
Bovenaan de kaart staat een afbeelding van Sint-Christoffel, schutspatroon van de reizigers, met het Jezuskind op zijn schouders; hier is slechts een deel ervan met de legende weergegeven. Men heeft lange tijd het gezicht van de heilige voor een portret van Christoffel Columbus gehouden. Onder de afbeelding staat de volgende legende: Juan de la cosa la fizo en el puerto de S: mã en año de 1500: Juan de La Cosa maakte [deze kaart] in de haven Santa Maria in het jaar 1500. De voorstelling diende niet alleen als versiering, maar ook om dat deel van de Nieuwe Wereld te verbergen dat nog onbekend was, en waar weldra de speurtocht naar een doorvaart naar Cathay zou beginnen. Door een soortgelijke kunstgreep wist La Cosa een deel van Azië te verbergen : zo werd vermeden een antwoord te moeten geven op de vraag of Columbus en Cabot in het uiterste Oosten van Azië of in een Nieuwe Wereld waren aangekomen. Het probleem dat deze kaart stelt is dus welk nu precies het beeld was dat La Cosa had van de Nieuwe Wereld, en welke zijn opvattingen waren over de aardrijkskundige ontdekkingen van zijn tijd.
Op deze kaart komt Cuba voor het eerste onder zijn, van het inlandse Cubanacan afgeleide, naam voor; Columbus had het eiland Iuna genoemd. La Cosa plaatst het, met La Espanola (Haïti), ten Noorden van de Kreeftskeerkring. Het wordt hier voorgesteld als een eiland, en niet als een deel van het Aziatische vasteland, dit in tegenstelling tot de opvattingen van Columbus, die Cuba beschouwde als een schiereiland van Azië. Hieruit blijkt dat de ideeën van La Cosa over de Nieuwe Wereld een verandering hadden ondergaan sinds de tijd toen hij, op verzoek van Columbus, samen met andere zeelieden de beroemde verklaring beëdigde en tekende waarbij zij te kennen gaven dat Cuba een deel van Azië was.
Onder de door La Cosa zeer nauwkeurig getekende eilanden van de Bahama-archipel bevindt zich Guanahani, het huidige Watlings, waar Columbus op zijn eerste reis voor het eerst voet aan land zette en dat door hem San Salvador genoemd werd. De aanduiding Este cavo se descubrio en año de mily IIII X C IX por Castilla syendo descubridor vicentians: "Deze kaap werd ontdekt in het jaar 1499 voor Castilië. Vicente [Yanez Pinzon] was de ontdekker" verwijst naar het feit dat Vicente Pinzon op 28 januari 1500, bijna twee maanden na zijn vertrek uit Palos, de uiterste Oostkaap van Zuid-Amerika bereikte. Hij noemde ze Santa Maria de la Consolacion en nam ze voor de Spaanse kroon in bezit. Dit gebeurde slechts drie maanden voor de Portugese ontdekkingsreiziger Pedro Alvares Cabral (ca 1467-1520) op een tocht naar Indië via Kaap de Goede Hoop dezelfde kaap in zicht kreeg. De vermelding Mar duce heeft betrekking op de monding van de Orinoco, die La Cosa tijdens zijn reis met Columbus gezien had. De Costa de perlas is de Noordkust van Zuid-Amerika, door Columbus ontdekt in 1498, tijdens zijn derde reis. La Cosa bezocht ze met Ojeda en met Vespucci. De liña meridional die het uiterste Oosten van Brazilië doorsnijdt is de in 1494 door het verdrag van Tordesillas vastgelegde demarkatielijn tussen de Spaanse en de Portugese bezittingen. Zij komt overeen met de huidige meridiaan op 49° WL van Greenwich.
Aan de Noordkust zijn vijf bleekblauw-bruine Engelse vlaggen geplant, met het opschrift mar descubierta po ynglesie : zee ontdekt door de Engelsen. In het Zuidoosten van de kaart staat de vermelding cavo de ynglaterra : Kaap van Engeland. La Cosa verwijst hier naar de Engelse ontdekkingsreizen in Noord-Amerika in 1497, onder leiding van John Cabot. Hij heeft hiervoor waarschijnlijk een bron gebruikt die terugging op de thans verloren kaart van Cabot over zijn ontdekkingen in Amerika. Deze kaart werd in 1497, na Cabot's terugkeer in Engeland, opgemaakt. Het is zo goed als zeker dat La Cosa dit gedeelte van de kust heeft getekend naar de kopie van de kaart van Cabot die Pedro de Ayala, Spaans ambassadeur in Engeland, aan koning Ferdinand gestuurd had.
Breng me naar: Wereldkaarten en kaarten van Amerika / Kaarten van Noord-Amerika / Kaarten van Midden- en Zuid-Amerika / Inleiding
Terug naar: de homepage van de KBR