Madrid, 1776. Meerdere schalen, 8 bladen die samen een geheel van 175,4 x 220,3 cm vormen.
XXV Amérique du Sud 1775 La Cruz II 30.302 KP
Deze kaart is een geslaagd voorbeeld van de kartografische wetenschap in het Spanje van de Verlichting. Door haar nauwkeurigheid en haar betrekkelijke zeldzaamheid was zij zeer gegeerd bij talrijke kenners, zoals de grote naturalist Alexander von Humboldt; zij diende tot in de 20e eeuw bij het vastleggen van staatsgrenzen, onder meer tussen Brazilië en Argentinië in 1894. Als men ze vergelijkt met de in 1948 door de American Geographical Society opgemaakte kaart, valt de merkwaardige nauwkeurigheid op, waarvoor in gelijktijdige kaarten van Noord-Amerika geen gelijkwaardig voorbeeld te vinden is. Om zich hiervan rekenschap te geven volstaat het de loop der stromen en de algemene vorm der kusten te bestuderen.
Om geschillen met Portugal over de grenzen der Amerikaanse koloni‰n te regelen besloot de Spaanse regering in 1763 een kaart van het subkontinent te laten opmaken; zij vertrouwde dit werk toe aan Tomas Lopez (1730-1802) en Juan de la Cruz Cano y Olmedilla (1734-1790), die hun kartografische vorming genoten hadden te Parijs tussen 1752 en 1760, bij J.B. Bourguignon d'Anville (1697-1782). Zij werkten samen aan de kaart tot Lopez zich om onbekende redenen terugtrok. De Spaanse overheid zorgde voor de aankoop van papier en koperplaten en in 1767 omschreef zij, in samenspraak met Cano, duidelijk haar wensen: deze richtten zich op een groots opgezet kompilatiewerk. Het kartografische materiaal van de Consejo de Indias stond voortaan ter beschikking van Cano, die ook kon putten uit de privéverzameling van José de Ayala, archivaris van deze raad, en uit ter plaatse door Jezuïeten en reizigers opgenomen kaarten. Zijn drang naar volledigheid was zeer groot: hij wilde in zijn werk de politieke grenzen, aglomeraties, mijngebieden, wegen en zelfs de postwisselplaatsen opnemen, en ook, ten gerieve van de historici, de oude plaatsnamen.
De kaart was ontegensprekelijk geslaagd, maar zij werd slechts lauw ontvangen: de Spaanse officiëlen, met Carlos III's eerste minister markies de Grimaldi aan het hoofd, kloegen over het verloop der grenzen, dat de Portugese aanspraken bevoordeelde. De koperplaten moesten dus aangepast worden door het wegwerken van de stippellijnen die de grenzen aangaven: van de bladen I tot V (onze nummering gaat van links naar rechts en van boven naar onder) bestaan dus twee staten. Later werden, ditmaal om zuiver geografische redenen, nog andere wijzigingen aangebracht: door het toevoegen van namen van plaatsen, stromen en oceanen ("Mar Atlantico del Norte" of "Mar Pacifico del Sud") ontstond een derde staat voor de bladen II, III, V en VI. Een vierde staat betrof alleen blad V, doordat de provincie Buenos Aires een onderkoningschap geworden was. Alleen blad VIII, het titelblad, heeft geen veranderingen ondergaan. Het is moeilijk om de datums van de verschillende wijzigingen juist vast te leggen. Men weet alleen dat de eerste uitgave in november 1775 voltooid en op 15 exemplaren gedrukt werd; de tweede uitgave werd in februari 1776 voltooid. De derde en vierde uitgaven dateren ongetwijfeld van eind 1776. In zijn aan deze kaart gewijde studie vermeldt Thomas Smith een dertigtal exemplaren. De kaarten waarvan alle bladen dezelfde staat vertonen zijn zeer zeldzaam; alleen die bewaard te Harvard (eerste staat) en in de Biblioteca del Palacio Real te Madrid (tweede staat) zijn homogeen. Ons exemplaar werd niet besproken in Smith's artikel, maar eruit blijkt dat bladen I, IV, VI en VII tot de tweede staat behoren, en bladen II, III en V tot de derde. Het gaat hier dus om een variant van de derde uitgave, die in geen enkele van de door Smith vermelde bibliotheken voorkomt.
De Mapa geografico de America meridional wordt door het nageslacht meer gewaardeerd dan door het toenmalige Spaanse bestuur. Het is wel zo dat dit geen belang had bij de verspreiding van het dokument, en daardoor misschien aan de oorsprong ligt van zijn onverdiende reputatie van onnauwkeurigheid. Zijn wetenschappelijke waarde werd nochtans vanaf 1790 in beroepsmiddens erkend, zoals blijkt uit de aankoop ervan door de Bibliothèque Nationale te Parijs in 1793. Zes jaar later werd zij heruitgegeven door William Faden - hij gebruikte een variant van de derde uitgave -, en een andere herdruk in een lichtjes verschillend formaat dateert van tussen 1861 en 1869.
De koperplaten van de laatste uitgave werden in 1942 teruggevonden en in bewaring gegeven aan de Calcografia te Madrid, waar ook nu nog afdrukken gemaakt worden. Is er een mooier eerbewijs mogelijk voor Juan de la Cruz Cano en zijn werk?
Breng me naar: Wereldkaarten en kaarten van Amerika / Kaarten van Noord-Amerika / Kaarten van Midden- en Zuid-Amerika / Inleiding
Terug naar: de homepage van de KBR