Amsterdam, Veuve Marret, 1716. Onbepaalde schaal, 48,3 x 64,8 cm.
XXV Amérique Méridionale Partie Nord 1716 de l'Isle IV 2215 KP
Onbepaalde schaal, 50 x 57,8 cm, gekleurd ; in Guillaume de l'ISLE, Atlas Nouveau, Amsterdam, Covens et Mortier, 1730.
II 99.186 D KP
Guillaume de l'Isle (1675-1726) was ongetwijfeld de grootste kartograaf uit het begin van de 18e eeuw. Hij kreeg zijn eerste opleiding van zijn vader Claude (1644-1720), historiograaf des konings, voltooide zijn vorming bij Jean-Dominique Cassini (1625-1712), direkteur van de Sterrenwacht van Parijs, en werd in 1703 leerling-astronoom bij de Akademie voor Wetenschappen. Zijn eerste werk, een in handschrift gebleven globe uit 1699, was het eerste van zijn talrijke verwezenlijkingen: een paar globen uit 1700, een honderdtal kaarten, en artikels voor wetenschappelijke publikaties zoals het Journal des Savants. Guillaume de l'Isle beschouwde zijn kartografische werken niet als onveranderlijk, maar verbeterde ze voortdurend. Zijn belangstelling voor de resultaten der jongste astronomische waarnemingen en de meest recente reisverhalen leidde tot een echt net van korrespondenten die hem van de laatste ontdekkingen op de hoogte hielden; hij onderwierp zijn bronnen aan een veelomvattende kritiek, vergeleek ze en probeerde de aldus verkregen inlichtingen met elkaar in overeenstemming te brengen, vooral op het gebied van afstanden en koördinaten: hij was de eerste die de Middellandse Zee de korrekte afmeting van 42° gaf. In 1718 werd hij benoemd tot lid van de Akademie voor Wetenschappen; hij hield zich ook bezig met de magnetische afwijking, en liet bij zijn dood een aantal belangwekkende handschriften na, die thans in verschillende Parijse bibliotheken bewaard worden. Zijn broers en zijn schoonzoon Philippe Buache (1700-1773) hebben zijn werk voortgezet.
Van de in 1703 gegraveerde Carte de la Terre Ferme zijn verschillende staten gekend. Volgens Tooley zijn alleen in de cartouche wijzigingen aangebracht: het adres van de kartograaf verandert; de vermelding " se trouve à Amsterdam chez Louis Renar, Libraire prez de la Bourse" komt oorspronkelijk niet voor en verdwijnt later weer; een aanvulling van 1718 geeft de nieuwe funktie van de auteur: hij was net benoemd tot eerste geograaf van koning Lodewijk XV.
De eerste heruitgave die wij hier tentoonstellen wordt niet vermeld bij Tooley; zij werd in 1716 gegraveerd door Balthasar Ruyter voor de weduwe van Paul Marret, en kwam voor in de Voyage autour du Monde van Woodes Rogers (?-1732). De tweede heruitgave verscheen in 1730 bij Covens en Mortier.
Bij een vergelijking tussen het model en de twee heruitgaven komen slechts zeer kleine verschillen aan het licht. De bij de weduwe Marret verschenen kaart is identiek met deze van G. de l'Isle, behalve dat de lengtebepalingen 5° naar het Oosten opgeschoven zijn. Deze aanpassing is ongetwijfeld gedaan om de koördinaten te doen samenvallen met die van een ander werk van onze kartograaf, de Carte du Paraguay et du Chili et du Détroit de Magellan, waarop de Zuidelijke heflt van het subkontinent is afgebeeld, en die ook in de Voyage van Rogers voorkomt. De afwijking tussen beide kaarten schijnt bij G. de l'Isle veel voor te komen, want reeds in 1728 verweet Vincent du Touret hem geen eenvormig net van koördinaten voor al zijn kaarten te gebruiken, en zijn plaatsbepalingen niet door verklarende nota's te rechtvaardigen. Het iets kleiner formaat dat Covens en Mortier in 1730 gebruikten leidde daarentegen tot het wegvallen van een deel van Midden-Amerika; ook heeft de graveur vergeten het eiland Jouanes in de Amazonemonding te tekenen, hoewel hij de naam ervan wel vermeldt.
Onder zijn bronnen vermeldt de kartograaf Cristobal d'Acuña (1597-?), wiens in 1641 te Madrid verschenen Nuevo descubrimiento del gran rio de las Amazonas het verhaal brengt van de expedities van Pedro Teixeira (?-1640), die als opdracht het verkennen van de stroom en zijn bijrivieren had. Een bijzonder detail uit dit werk is door De l'Isle overgenomen: de Rio de Caketa splitst zich in de Rio de Barraquan, dit is de Orinoco, en de Rio Curana, de voornaamste Noordelijke zijrivier van de Amazone, die op andere kaarten uit die tijd reeds Rio Negro genoemd werd. Dit gegeven komt ook voor op de kaart van Nicolas Sanson (1600-1667) bij de vertaling van het werk van Acuña (Parijs, 1682), en ook reeds op de van 1656 daterende Partie de Terre Ferme ou sont Guiane et Caribane van dezelfde kartograaf, waaruit verondersteld mag worden dat deze toen al het Spaanse origineel kende. Toch wijzigt De l'Isle de door Sanson aangegeven loop van de Rio Caketa, en voegt er andere vertakkingen bij die zich in de Amazone werpen: de Yupara, Yuruparu, Agaranatuba en Basururu. In de titel vindt men ook de naam van Manuel Rodriguez (?-1701), auteur van El Marañon y Amazonas, een werk dat meer de bekering der Indianen behandelt dan de aardrijkskunde van het Amazonebekken.
De kaart van Guillaume de l'Isle is zeer volledig: zij vermeldt stammennamen, bergketens, mijnen, moerassen, wijst op het wijdverbreide gebruik van het Guarani en geeft het bestaan van het Parime Lacus aan, zonder er echter de omtrek van te tekenen. In de loop van de eeuw zal de kennis van de Amazone nog verbeterd worden door de kaart van Samuel Fritz (Lima, 1707), opgenomen in de Lettres édifiantes van 1717, en door de ontdekkingsreizen van La Condamine (1701-1774).
Breng me naar: Wereldkaarten en kaarten van Amerika / Kaarten van Noord-Amerika / Kaarten van Midden- en Zuid-Amerika / Inleiding
Terug naar: de homepage van de KBR