Schaal in Spaanse zeemijlen en in gewone Spaanse mijlen van een uur gaans, 50 x 57,6 cm, gekleurd ; in Guillaume de l'ISLE, Atlas Nouveau. Amsterdam, Covens et Mortier, 1733.
II 47.595 D KP
Deze voorstelling van Zuid-Amerika tussen 18° en 57° ZB vormt een geheel met de Carte de la Terre Ferme, du Pérou, du Br‚éil et du Pays des Amazones, onderging dezelfde wijzigingen en kende dezelfde geschiedenis. De kartograaf heeft hier de vorm van het subkontinent gewijzigd in vergelijking met die op zijn vroeger werk, de Amerique Méridionale van 1700, waar de Zuidpunt naar het Westen afbuigt op 34° ZB - ter hoogte van Santiago de Chile en Buenos Aires -, om bij Kaap Victoria 294° OL te bereiken. Deze vervorming komt niet voor op de Carte du Paraguay, waar de kust een met de werkelijkheid overeenstemmend verloop heeft.
In de cartouche somt De l'Isle zijn bronnen op. Hij noemt eerst en vooral de Chileense Jezuïet Alonso de Ovalle (1601-1651), auteur van de Historica Relaçion del Reino del Chile (Rome, 1646), waarin een algemene kaart van Chili en Vuurland tussen 25° en 64° ZB voorkomt de Tabula Geographica Regni Chile. Eén exemplaar van dit werk, dat bewaard wordt in de John Carter Brown Library te Providence, bevat een gegraveerde kaart met dezelfde titel, maar met meer details en in een groter formaat. Talrijke gegevens wijzen er op dat De l'Isle deze laatste gebruikt heeft, en niet de eenvoudiger versie: dit valt op te maken uit de plaatsnamen, de vorm van de kusten en het algemene hydrografische net, hoewel hij het aantal waterlopen heeft verminderd. Daarna citeert hij Nicolas Techo of Del Techo (1611-1680), een te Rijsel geboren Jezuïet wiens echte naam Du Toict was, auteur van een Historia provinciae Paraquariae (Luik, 1673), die weinig aandacht schenkt aan geografische beschrijvingen, maar des te meer aan het bestuur en de weldaden van zijn orde in de missiegebieden van Paraguay.
De l'Isle vermeldt ook reisverslagen, zoals het Journael Ende Historis verhael van de Reyse gedaen by Oosten de Straet le Maire naer de Custen van Chili (Amsterdam 1646), dat het verhaal brengt van een expeditie in 1642-43, onder leiding van Hendrik Brouwer, één der direkteurs van de West-Indische Compagnie, en na zijn dood onder die van Elias Herckmans, met als doel het aanknopen van handelsbetrekkingen met Chili en de voorbereiding van het stichten van een kolonie. De l'Isle noemt de waterweg ten Oosten van het Stateneiland "Passage de Brower". De Voyage to the Streights of Magellan van John Narborough (Londen, 1694) brengt het verslag van een in 1669-71 uitgevoerde Engelse expeditie met hetzelfde doel, die echter niet verder kwam dan Valdivia in Chili. Dit werk, dat talrijke inlichtingen geeft over ligging en omgeving der Chileense kust, moet voor de kartograaf zeer nuttig geweest zijn bij het vastleggen van de vorm van de Zuidpunt van Amerika. G. de l'Isle was ook op de hoogte van de reis van Beauchesne, waarvan weliswaar geen verhaal werd gepubliceerd, maar waarvan verschillende verslagen in handschrift bestonden: hij was in het bezit van één ervan, opgesteld door vaandrig Joost de Villefort onder de titel Le Voyage de Beauchesne-Gouin en Magellanique, dat thans bewaard wordt in de Hydrografische Dienst van de Marine te Parijs (Mss Delisle, vol. 115 XII, 32). Ook deze reis had weliswaar een kommercieel doel - de twee schepen waren uitgerust door reders uit Saint-Malo -, maar de oogst aan wetenschappelijke gegevens is niet te verwaarlozen, hoewel het moeilijk na te gaan is in hoeverre zij verspreid werden. Na Peru en de Galapagos-eilanden bereikt te hebben keerden de schepen via Kaap Hoorn terug, en ten Zuiden van de Sebald De Weert-archipel, de huidige Falklands, ontdekten zij een eiland dat naar Beauchesne genoemd werd.
Op onze kaart vinden we ook de routes van nog andere reizigers: Pedro Sarmiento de Gamboa, die Filips II op het idee gebracht had in de Straat van Magellaan een fort te bouwen, dat lange tijd de suggestieve naam "Port Famine" droeg, en waarvan het gedecimeerde garnizoen in 1587 geëvakueerd werd; Antoine de Laroche, die in 1675 op 55° ZB Zuid-Georgië ontdekte; Edmund Halley (1656-1713), die op zijn rondvaart van 1699-1701 zijn theorie over het aardmagnetisme wou testen. Het dokument, dat een goed voorbeeld vormt van de manier waarop G. de l'Isle te werk ging, geeft daarenboven bergen, wouden, woestijn- en moerasgebieden weer; de kaartograaf aarzelt niet om op de onzekerheid van sommige tracés te wijzen.
Breng me naar: Wereldkaarten en kaarten van Amerika / Kaarten van Noord-Amerika / Kaarten van Midden- en Zuid-Amerika / Inleiding
Terug naar: de homepage van de KBR