Paris, Bénard, 1719. Schaal in mijlen, 49 x 58 cm ; in een verzamelband.
CL 14.610 KP
Het vice-koninkrijk Peru besloeg sinds zijn oprichting in 1566 gans Zuid-Amerika met uitzondering van Brazilië. In 1717 werd Nieuw-Granada er, met de rang van vice-koninrijk, van afgescheiden, maar bleef tot de komst van de eerste onderkoning in 1739 vanuit Lima bestuurd worden. De kaart van N. de Fer geeft alleen de audiencias - gerechtelijke onderverdelingen - Peru en Charcas weer, die ongeveer het grondgebied van de huidige republieken Peru en Bolivia omvatten. Zij werd in 1719 gegraveerd door Pierre de Rochefort (ca 1673-na 1728), lid van de Akademie van Portugal, kwam voor in de na de dood van N. de Fer in november 1720 opgemaakte inventaris van koperplaten, en maakte deel uit van de Atlas ou recueil de cartes géographiques dressées sur les nouvelles observations de Messieurs de l'Académie royale des sciences, rond 1728 samengesteld door Jean-François Bénard en Guillaume Danet, schoonzoons van de kartograaf (Pastoureau, Fer II C).
Deze kaart lijkt op het eerste zicht eenvoudig, maar blijkt rijker aan gegevens en korrekter te zijn dan de vijf jaar vroeger door Pieter Van der Aa opgemaakte Pérou grand pays de l'Amérique méridionale. Bij de Nederlandse kartograaf wordt inderdaad de loop van de Amazone verborgen door een cartouche, terwijl N. de Fer de zijrivieren van deze stroom weergeeft. Zo kan men met zekerheid de rivieren Jutai, Juara, Tefe en Medeira herkennen, terwijl de Ucayali, Coari en Purus onder andere namen voorkomen. Hoewel de loop van deze rivieren te recht en vaak te lang weergegeven is, is hun aantal - enkele minder belangrijke zijrivieren daargelaten - korrekt. Toch komen er in het hydrografische net nog fouten voor; zo is bijvoorbeeld de Rio Maragnan, de huidige Rio Marañon, veel te ver naar het Zuiden geplaatst: zijn samenvloeiing met de Junburagua, de huidige Ucayali, bevindt zich op ongeveer 12° Zuiderbreedte, terwijl ze in werkelijkheid op iets meer dan 4° ligt. Daarenboven vormt zijn loop geen bocht naar het Noorden, maar wel naar het Zuiden, waar in de omgeving van Huanuco de bron ligt. De nauwkeurigheid waarmee Nicolas de Fer Peru voorstelt is te danken aan de waarde van zijn bron, de Carte de la Terre Ferme, du Pérou, du Brésil et du Pays des Amazones van G. de l'Isle, waarvan hij de meeste gegevens, maar niet de lengteliggingen heeft overgenomen. Een uitzondering waar wel mag op gewezen worden is de Rio de la Plata, die hij ten onrechte net zoals de Pulcomayo tot een zijrivier van de Paraguay gemaakt heeft. G. de l'Isle had het bij het rechte eind gehad door deze stroom voor te stellen als het verlengde van de Madeira, de huidige Rio Mamora.
De Fer vermeldt nergens de bron van zijn gegevens. Volgens de titel is de kaart opgemaakt ""sur les divers[es] relations de flibustiers et nouveaux voyageurs". Door deze vage vermelding hoopte de kartograaf voordeel te halen uit het sukses van twee reisverhalen verschenen in 1714 en 1716, en het werk van respektievelijk Louis Feuillée (1660-1732) en Amédée-François Frezier (1682-1773). Dit waren immers de eerste door Fransen gemaakte beschrijvingen van Spaans Amerika die gepubliceerd werden: alle vroegere waren in handschrift gebleven. Feuillée was beroemd om de nauwkeurigheid van zijn plaatsbepalingen, Frezier eerder door zijn waarnemingen op ethnologisch gebied. De toespeling in de cartouche poogt duidelijk van deze kaart een noodzakelijke aanvulling op de werken der beide reizigers te maken.
Ons dokument geeft ook de moerassen van het gebied weer, en de mijnstreken, waarvan de belangrijkste die van Potosi was. Deze zilverertsader werd door de Spanjaarden ontgonnen volgens het mita-systeem, dat voor hen winstgevend was, maar veel mensenlevens kostte; het wordt bovenaan de cartouche afgebeeld. Het erts werd gezuiverd door middel van het kwik ontgonnen in de mijnen van Huancavelica (op de kaart Guancavelicas, ten Oosten van Lima), waar de arbeidsomstandigheden nog verschrikkelijker waren. Potosi was een soort reusachtig dwangarbeiderskamp, maar in het begin van de 18e eeuw was zijn grote tijd reeds voorbij: rond 1610 had het 160.000 inwoners, in 1719 nog 60.000. Dit verval was trouwens niet alleen merkbaar in de mijnen en de ekonomie, want Peru kwam over het algemeen op bezoekers over als een volledig verkalkte koloniale samenleving.
Breng me naar: Wereldkaarten en kaarten van Amerika / Kaarten van Noord-Amerika / Kaarten van Midden- en Zuid-Amerika / Inleiding
Terug naar: de homepage van de KBR