Robert DUDLEY, Dell' Arcano de Mare di D. Dudleo duca di Nortumbria ...

Fiorenza, Giuseppe Cocchini, 1661

VB 7512 D KP

Deze zeeatlas in drie delen van Sir Robert Dudley (1573-1649) is opgedragen aan Ferdinand II van Toskane. Het werk bestaat uit zes boeken, waarvan Boek I gewijd is aan de lengteligging en de middelen om deze te bepalen. Boek II bevat kaarten en plans van havens, waarvan de lengte- en breedteligging door de auteur verbeterd zijn, en ook verslagen van ontdekkingsreizen. Boek III handelt over maritieme en militaire wetenschappen. Boek IV is gewijd aan de scheepsbouw, en Boek V aan wetenschappelijke zeevaarttechniek. Boek VI bevat kaarten en diagrammen. In de rest van het werk vindt men inlichtingen over zeevaartkunde, geografische koördinaten, winden, getijden, veld- en zeeslagen en wetenschappelijke instrumenten. De eerste uitgave van het Arcano dateert van 1646-1648. De tweede, uitgegeven te Florentië in 1661, wordt hier tentoongesteld.

Deze zeeatlas geeft in detail het verloop weer van bijna alle toen gekende kusten. Uit een onderzoek van het werk blijken onmiddellijk het belang van de kartografische opzoekingen en de nauwkeurigheid van de beschrijvingen der ontdekkingsreizen die de auteur heeft opgenomen. Daarenboven heeft Dudley de bronnen van zijn inlichtingen veel vollediger vermeld dan de kartografen van zijn tijd plachten te doen. Het Arcano is echter een portulaan, en geeft dus voorrang aan kartografische details van de kuststreken, met verwaarlozing van het binnenland. Vergeleken met andere zeeatlassen vallen het ontbreken van kompasstreken en het beperkte aantal windrozen op. Ook zijn de kaarten op verschillende schalen, en getekend op roosters met één graad verschil tussen de lengte- en breedtelijnen. De nulmeridiaan loopt midden door het Isola de Pico in de Azoren, en de lengtegraden zijn naar het Oosten toe genummerd. De koperplaten der kaarten van het Arcano werden gegraveerd door Antonfrancesco Lucini (geboren ca 1610). Het werk duurde 12 jaar en er werd 5000 pond koper voor gebruikt.

De details en de nauwkeurigheid van de door Dudley verstrekte kartografische gegevens verschillen van streek tot streek. Zo zijn de kusten van de Middellandse Zee met veel details en zeer nauwkeurig getekend. Die van Noord-Amerika daarentegen zijn onafgewerkt, maar die van Zuid-Amerika volledig en precies. Ook bevat het Arcano een voorstelling van de kust van Nieuw-Guinea en van een deel van deze van Australië, namelijk die van de kaap op het schiereiland York. Dudley wordt dan ook beschouwd als de eerste Engelsman die een kaart van Australië getekend heeft. Ook ondernam hij in 1594 een ontdekkingsreis in Zuid-Amerika, waarbij hij de Orinoco opvoer en als eerste Engelsman een poging deed om Trinidad te bezetten. Hij probeerde zijn prestaties op aardrijkskundig gebied te vereeuwigen door zijn naam te geven aan een eiland en aan een tak van de Orinoco.

De hier tentoongestelde kaart van de Orinoco en zijn delta roept onvermijdelijk de opvattingen van Christoffel Columbus over dit deel van Zuid-Amerika voor de geest. Deze waren overgenomen van Roger Bacon (ca 1220-1292), die het nodig had gevonden om het tweede kwadrant van de aardoppervlakte verder naar het Oosten te verlengen dan Ptolemaios. Voor hem, en later voor Columbus, overschreed de breedte van de bewoonde wereld rijkelijk de door Ptolemaios vastgelegde 180° ten Oosten van de Gelukzalige Eilanden, en zelfs de 285° van Marinos van Tyros (2e eeuw). Columbus legde de grens van de bewoonde wereld bij de monding van de Orinoco. In een tijdens zijn derde reis in 1498 aan koningin Isabella gerichte brief schreef hij : "Het oude halfrond van Kaap Sint-Vincent tot Cattigara, met het eiland Arin onder de evenaar als middelpunt, is bolvorming; maar het andere halfrond heeft de vorm van een halve peer, langs de kant van de staart. Vanaf honderd mijlen ten Westen van de Azoren stijgt het land onder de evenaar en de temperatuur wordt koeler. Het hoogste gedeelte, dit is de staart van de peer, ligt nabij het eiland Trinidad, bij de monding van de Orinoco".

Columbus volgde hier enerzijds de opvattingen van vroegere geleerden, meer in het bijzonder die van Ptolemaios, door aan te nemen dat de helft van de wereld bolvormig was, en anderzijds nam hij de ideeën der Arabische aardrijkskundigen ove : volgens deze lag op 90° ten Oosten van de Gelukzalige Eilanden, dit is tussen de toegang tot de Rode Zee en die tot de Perzische Golf, de koepel van de wereld, ook koepel van Arin of Arim genoemd. Door dit punt lieten de Arabische geografen hun nulmeridiaan lopen. Wat de andere, nog niet ontdekte helft van de wereld betreft, deze had volgens Columbus de vorm van een halve peer langs de kant van de staart, zodat zij uitliep op een kegel. Op de top ervan moest het aards paradijs liggen, op een plaats die overeenkwam met de monding van de Orinoco. De hoogte van dit deel van het Westelijk halfrond vormde een tegenpool en een evenknie van de koepel van Arin.

Columbus heeft deze opvatting over de vorm van de wereld leren kennen langs de Imago Mundi van kardinaal Pierre d'Ailly (1350-1420), een werk dat hij herhaaldelijk gelezen en herlezen heeft, en dat een grote invloed heeft gehad op het ontstaan van zijn ideeën over kosmologie. In zijn rond 1410 geschreven hoofdsuk XV parafraseert Pierre d'Ailly woord voor woord een zin uit het Opus Majus van Roger Bacon : "Het is de stad Aryn die de wiskundigen in het centrum van het evenaarsgebied plaatsen; deze stad ligt even ver van het Oosten, het Westen, het Noorden en het Zuiden". Voor Columbus vormde de monding van de Orinoco de tegenpool en het equivalent op het Zuidelijke halfrond van de koepel van Arin op het Noordelijke.

Bibliografie


Breng me naar: Wereldkaarten en kaarten van Amerika / Kaarten van Noord-Amerika / Kaarten van Midden- en Zuid-Amerika / Inleiding

Terug naar: de homepage van de KBR