![]() |
Schaal in Duitse mijlen per breedtegraad, 41,6 cm x 53,2 cm, gekleurd
; in Joan BLAEU, Atlas Maior sive Cosmographia Blaviana,
Amstelodami, Blaeu, 1662 [= 1665].
VH 14.343 D LP |
Het voorkomen van een kaart van de Straat van Magellaan in alle atlassen van de familie Blaeu, vanaf de Atlantis Appendix sive pars altera van 1630, komt door het strategische belang van het gebied en de moeilijkheden welke de zeevaart er ondervindt. Voor de eerste versie die werd opgenomen, de Freti Magellanici ac novi Freti vulgo Le Maire exactissima delineato, werd een koperplaat gebruikt die aangekocht was uit de nalatenschap van Jodocus Hondius Jr. Deze kaart werd later vervangen door de Tabula Magellanica, die voor het eerst voorkomt in de Nederlandse uitgave van 1635 van het Theatrum, het Tonneel des Aerdrycks ofte Nieuwe Atlas, en werd opgenomen in de hier tentoongestelde monumentale publikatie van Joan Blaeu (1596-1673), de Atlas Maior sive Cosmographia Blaviana in elf delen, waarvan de eerste uitgave dateert van 1662. Het in de Koninklijke Bibliotheek bewaarde exemplaar van de tweede Latijnse uitgave (1665) heeft toebehoord aan de beroemde Jean-Baptiste Colbert, wiens belangstelling voor aardrijkskunde ook blijkt uit het feit dat hij eveneens de twaalf delen bezat van de eerste Franse uitgave, die nu bewaard worden in de Universiteitsbibliotheek te Amsterdam.
Deze zeekaart is het werk van Willem Blaeu (1571-1638), de stichter van de beroemde Amsterdamse firma; zij is opgedragen aan de dichter Constantijn Huygens, heer van Zuilichem (1596-1687) één van de leidende intellektuele figuren van zijn tijd en vader van de befaamde wetenschapsman Christiaan Huygens. De vorm die de kartograaf gaf aan Vuurland en de Straat van Magellaan was het resultaat van een ontwikkeling die geschetst wordt door Günther Schilder in het derde deel van de Monumenta Cartographica Neerlandica. Het door de Nederlandse kartografen aangenomen verloop van de Straat van Magellaan komt voor het eerst voor op een anonieme handschriftkaart uit 1588, bewaard in het Algemeen Rijksarchief te 's Gravenhage: een eerste doorgang met Kaap "San Gregorio" of "Oranje", een tweede engte met Kaap "Nassau", een paternoster eilandjes, de "Pinguins eylanden", de Zuidpunt van Patagonië en een Zuidoost-Noordwest verlopende uitvaart. Het is niet verwonderlijk dat het dokument van Engelse oorsprong is: de Engelsen waren, met de expedities van Francis Drake (1576-1580) en Thomas Cavendish (1586-1588) de eersten die de Spaanse hegemonie in het gebied durfden betwisten: de Nederlanders bevoeren de zeestraat slechts een decennium later. Een der eerste gegraveerde kaarten die deze vormgeving overnamen was het Fretum Magellanicum in de Atlas van Mercator (1606), maar dezelfde voorstelling komt ook voor in Nova Totius Terrarum Orbis Geographica ac Hydrographica Tabula van Willem Blaeu (1606) en zijn Nova Orbis Terrarum Geographica et Hydrographica Tabula van 1606-1607.
Wat de kennis van de kust van Vuurland betreft, deze bleef veel langer vaag en onzeker. Het was slechts na de expeditie van Le Maire en Schouten, met de ontdekking van Kaap Hoorn, en de reis van de gebroeders Gonzalo en Bartolomeo de Nodal (1618-1619), die door rekening van Spanje de eerste volledige omvaart van Vuurland maakten, dat de omtrek van het eiland duidelijk weergegeven werd. Willem Blaeu gaf er een eerste voorstelling van in zijn America nova Tabula (1617-18) en op de kaart in de uitgave van de Reizen van Le Maire (1618); deze gelijkt sterk op de hier tentoongestelde, alleen heeft hij de Westkust niet getekend. Dit is ook het geval op zijn latere West Indische Paskaert.
De Westkust komt weliswaar voor op de Tabula Magellanica, maar in stippellijnen, een symbool voor onzekerheid. Hetzelfde geldt voor de Zuidoostkust tegenover het eiland Gonçalo, en voor de eilandengroep in het Westelijk deel van de Straat van Magellaan, die reeds met volle lijnen was aangegeven op Hondius' Freti Magellanici delineatio, waardoor deze nauwkeuriger was dan de kaart van Blaeu. De Tabula Magellanica werd, met een andere oriëntering van de Stateneilanden, gekopieerd door Joannes Janssonius en in 1652 opgenomen in diens Nieuwen Atlas ofte Werelts Beschryvinghe 't Derde Deel.
Breng me naar: Wereldkaarten en kaarten van Amerika / Kaarten van Noord-Amerika / Kaarten van Midden- en Zuid-Amerika / Inleiding
Terug naar: de homepage van de KBR