![]() |
A.F. De Wit, [Amsterdam, ca 1670], 44 x 54,5 cm.
V Mappemonde, ca 1670 De Wit III 8491 KP |
Deze kaart van Frederik De Wit (1630-1698) stelt de twee halfronden voor, omringd door allegorische voorstellingen van de vier jaargetijden, de vier elementen en de tekens van de dierenriem. Zij is niet gedateerd - op de kaarten en atlassen van deze kartograaf komt slechts zelden een datum voor - maar stamt waarschijnlijk uit 1670 of later. Over het algemeen wordt de datum van uitgave van De Wit's atlassen op ca 1680 gesteld. Deze kaart is waarschijnlijk rond 1670 uitgegeven om een verouderd geworden wereldkaart uit 1660 te vervangen.
Anderzijds toont een vergelijking tussen deze kaart en een zeekaart van De Wit aan dat de eerste ouder is. De zeekaart heeft als titel Nova totius terrarum orbis tabula ex officina F. de Wit, en werd gepubliceerd in zijn Orbis maritimus ofte zee atlas, Amsterdam, [1675]. Zij is ook meer gedetailleerd en korrekter, bijvoorbeeld voor het Zuidelijk halfrond en meer in het bijzonder voor Australië: zo wordt de Golf van Carpentaria weergegeven, evenals een belangrijk aantal plaatsen aan de West- en Noordkust. Ook is het verloop van de Noordwestkust van Noord-Amerika nauwkeuriger weergegeven ; de Hudsonbaai en de Grote Meren zijn duidelijker en juister afgebeeld. Sommige eilanden van de zeekaart ontbreken op onze kaart, met name de reeksen eilanden op 340° OL, tussen 10° en 20° NB.
Het hier tentoongestelde exemplaar vertoont de eerste staat van de opeenvolgende uitgaven van de kaart : de buitenranden ontbreken, en de ruimte tussen de randen der twee halfronden en die der twee kaarten van het Noord- en het Zuidpoolgebied bevat geen tekeningen ; in de tweede staat was deze ruimte opgevuld met engelen.
Ook is op de plaat van deze staat Nieuw-Guinea op het Zuidelijk halfrond geplaatst, terwijl het zich op de hier tentoongestelde kaart op het Noordelijke bevindt. Hierbij moet er op gewezen worden dat men de kaarten van De Wit ook terugvindt in atlassen van andere kartografen. De meeste ervan zijn moeilijk te dateren, met uitzondering van zijn eerste wereldkaart, die de datum 1660 draagt.
Californië wordt als een eiland voorgesteld. De Sint-Laurens is verbonden met grote watervlakten, terwijl zijn Westoever vaag blijft. De Wit vermeldt Nova Francia, Nieu Nederland, Nova Albion en het Rotsgebergte. Tussen 40° en 50° WL plaatst hij het mythische eiland Jedso - ook Jeso, Jesso en Jeco genaamd - op zijn kaart.
In het uiterste Noordwesten tekent hij de Straat van Anian. Deze is lange tijd beschouwd geweest als een doorvaart tussen de Atlantische en de Stille Oceaan, en dus als een weg naat Cathay, Japan en de Specerijeneilanden. Hij was ook de doorgang naar Quivira, een mythische stad met fabelachtige rijkdommen, waarnaar de Spaanse ontdekkingsreiziger Francisco Vasquez de Coronado (1510-1554) hardnekkig gezocht heeft. De ligging van deze denkbeeldige stad kan gelokaliseerd worden nabij Great Bend in Kansas ; ook een plaats in New Mexico is er verkeerdelijk mee geïdentificeerd. Ook op het Westelijk halfrond van een kaart (1578) van Joan Martinez (1556-1590) komt de stad Quivira voor.
De kaart van De Wit is tussen ca 1680 en ca 1688 ook gepubliceerd geworden in de verschillende uitgaven van zijn atlas en in de atlas van Blaeu. Rodney W. Shirley vermeldt een kaart in de Library of Congres die er sterk op gelijkt, en die voorlopig van ca 1675 gedateerd wordt. Een klein verschil met onze kaart bestaat hierin dat de ruimten tussen de randen der twee halfronden en die tussen de kaarten van het Noord- en het Zuidpoolgebied ingenomen worden door tekeningen van de zon en de maan.
Breng me naar: Wereldkaarten en kaarten van Amerika / Kaarten van Noord-Amerika / Kaarten van Midden- en Zuid-Amerika / Inleiding
Terug naar: de homepage van de KBR