Abraham ORTELIUS, Maris Pacific

1589, 33,2 x 48,4 cm.

XXVII Océanie 1589 KP

In de Engelse uitgave van 1606 van het Theatrum Orbis Terrarum van Abraham Ortelius (1527-1598) werd vastgesteld dat het bestaan van de Stille Oceaan reeds vermeld was door Plinius (23-79) onder de naam Eoum en Orosius Orientale, en dat Ptolemaios (ca 100-ca 170) er verkeerdelijk de naam Sinum Magnum in plaats van Mare Magnum aan had gegeven: het was immers de grootste en breedste van alle zeeën. Ook werd er vermeld dat, hoewel het bestaan en zelfs de naam van deze zee reeds bekend waren, zij voor het eerst overgestoken werd in 1520, door Ferdinand Magellaan (1480-1521). Het is echter de conquistador Vasco Nuñez de Balboa (1475-1517) die werkelijk de Stille Oceaan ontdekt heeft. Balboa wou immers de beweringen der Indianen over het bestaan van "een andere" zee nagaan. In 1513 stak hij de landengte van Darien, waar zich nu het kanaal van Panama bevindt, over, en ontdekte de Mare del Zur, die Magellaan zeven jaar later "Stille Oceaan" noemde. Balboa nam de oceaan in bezit in naam van de koning van Spanje en liet hierover een proces-verbaal opstellen, dat getekend werd door 67 getuigen, waaronder de latere veroveraar van Peru Francisco Pizarro (1475-1541).

De hier tentoongestelde kaart van Ortelius Maris Pacifici verscheen voor het eerst in 1589 in zijn Theatrum Orbis Terrarum, en kende een grote bijval. Het was niet alleen de eerste gedrukte kaart van de Stille Oceaan, maar ook de eerste waarop Noord- en Zuid-Amerika afzonderlijk vermeld staan als America Septentrionalior en America Meridionalior.

Uit de verkeerde vorm van Zuid-Amerika op deze kaart, die men ook terugvindt op de wereldkaart van Mercator, blijkt dat Ortelius zijn beroemde voorganger heeft nagevolgd. Ook, en hoewel de vorm van het subkontinent reeds aanzienlijk verbeterd was op de in 1562 te Antwerpen verschenen kaart van Diego Gutierrez, Americae, sive quartae orbis partis nova et exactissima descriptio, heeft Ortelius deze aanpassing pas later overgenomen. Het is duidelijk door zijn trouw aan de opvattingen van Mercator dat hij niet vroeger heeft rekening gehouden met de wijzigingen van Gutierrez, en dit terwijl Mercator zelf diens kaart had gebruikt voor het weergeven van een deel van de Nieuwe Wereld op zijn wandkaart van 1569.

Op te merken valt dat de geografische koördinaten van de Atlantische kust van Zuid-Amerika op de kaart van Ortelius zo goed als korrekt zijn. De kust van Brazilië bevindt zich inderdaad slechts 3° te ver naar het Oosten, en die van Newfoundland 8°. Hispaniola (Haïti) bevindt zich op zijn juiste plaats.

Wat de Westkust van Zuid-Amerika betreft is de afwijking veel groter. Zo ligt de kust van Peru 15° te ver naar het Westen, die van Chili zelfs 20°. De Westkust van het subkontinent ten Zuiden van de 30° breedtegraad was immers zo goed als onbekend. Ook valt op dat de loop der Zuidamerikaanse stromen en rivieren zo goed als identiek is met die in de Atlas van Mercator, behalve waar Ortelius de Amazone twee mondingen geeft. Bij een vergelijking van de naamgeving valt eveneens de gelijkenis op, zowel wat betreft de namen zelf als hun schrijfwijze. De gelijkvormigheid is ook duidelijk in de weergave van de poolstreken: Ortelius heeft hier eens te meer het voorbeeld van Mercator gevolgd.

Anderzijds is de hier tentoongestelde kaart het beginpunt geweest van een nieuwe ontwikkeling in de kartografie van de Noordwest- en Zuidwestkust van Amerika, en dit omdat zij merkelijk verschilt van alle vorige kaarten. Zij bevat inderdaad talrijke nieuwe namen, voornamelijk aan de kust van Sonora. Ook ligt het uiteinde van het schiereiland Californië op ongeveer 16° ten Westen van Mexico-stad, wat een aanzienlijke vooruitgang betekent op de Amerikakaart van Mercator, waar het er 34° vanaf ligt. Men kan ook zien dat de Westkust van Zuid-Amerika verlengd is naar het Zuiden en Zuidwesten, tot aan de Westelijke uitvaart van de Straat van Magellaan.

In de Noordwesthoek tekent Ortelius een deel van de Chinese kust, Japan en de Filippijnen. Dit deel van de kaart is bijzonder interessant, want Japan en de Filippijnen liggen dichter bij Azië dan bij Zuid-Amerika, dit in tegenstelling tot wat meestal op vroegere kaarten voorkomt. De algemene vorm van Japan heeft Ortelius overgenomen van de kaart van Zuidoost-Azië in de Atlas uit 1571 van Fernão Vez Dourado (ca 1520-1580). Toch volgt hij Vez Dourado niet in zijn naamgeving aan de Zuidwestkust van Noord-Amerika : in Californië, vanaf Mendoccio naar het Zuiden toe, voegt hij een reeks nieuwe namen van kustplaatsen bij. Californië wordt voorgesteld als een schiereiland en ligt verder van het kontinent dan op de kaarten uit die tijd de gewoonte was. De oorsprong van de namen der kustplaatsen aan de Golf van Californië is echter onduidelijk: men kan zich geen juist idee vormen van de bronnen waarin Ortelius de plaatsnamen voor dit deel van Noord-Amerika zou kunnen gevonden hebben. Volgens Henry R. Wagner zijn de gegevens op onze kaart vergelijkbaar met die van Plancius (1553-1622) en Hondius (1563-1612), en zouden zij afkomstig zijn van bij ontdekkingsreizen verkregen inlichtingen. Er moet echter op gewezen worden dat, behalve die van Pedro de Unamuno, er tussen 1542 en 1582 geen ontdekkingsreizen langs de Westkust van Amerika gekend zijn.

Aan de Noordwestkust van Noord-Amerika beeldt Ortelius de Straat van Anian af. Van zodra immers duidelijk werd dat Christoffel Columbus noch John Cabot de Oostkust van Azië bereikt hadden, en dat de zeeweg naar het Westen versperd werd door het vasteland van Noord-Amerika, ontstond het idee om een Oost-West-doorvaart te vinden. Zo is het begrip ontstaan van de Straat van Anian als zeeweg tussen de Atlantische en de Stille Oceaan en als verbinding tussen Noord-Azië en Noord-Amerika. Kartografische dokumenten uit de 16e en 17 eeuw, zoals Mercator's kaart van het Noordpoolgebied uit 1569 of de wereldbol van Mercator en Gemma Frisius uit 1537, vertonen een weg naar de Specerijeneilanden - de Molukken - die korter was dan die langs Kaap de Goede Hoop of de Straat van Magellaan. Door dergelijke dokumenten ontstond, vooral in England, het geloof in het bestaan van een nog te ontdekken Noordwest-doorvaart.

Tegenover de Westkust van Zuid-Amerika heeft Ortelius de Victoria getekend, het vlaggeschip van Magellaan tijdens zijn reis om de wereld. Hij heeft er duidelijk willen op wijzen dat het slechts na het bereiken van de Stille Oceaan door Magellaan en de vaart van de Victoria rond het kontinent mogelijk werd een redelijk korrekte afbeelding van de Westkust te geven. Het voorstel van Magellaan om vanuit Spanje een rechtstreekse zeeweg naar de Molukken te zoeken werd gunstig onthaald door Karel V (1500-1558), vooral omdat deze hoopte dat de Molukken aan de Spaanse kant van de demarkatielijn met Portugal zouden liggen. Magellaan vertrok op 20 september 1519 uit Spanje met vijf schepen en 270 man. Het eskader zeilde na veertien maanden door de uitgang van de Straat van Patagonië, de latere Straat van Magellaan, en bereikte de Stille Oceaan, de grootste wateroppervlakte op aarde. De tocht werd uitstekend beschreven door de Italiaanse kroniekschrijver van de expeditie Antonio Pigafetta. Van de vijf vertrokken schepen keerde alleen de Victoria in Spanje terug, onder bevel van Juan Sebastian de Elcano, die na de dood van Magellaan op de Filippijnen het kommando had overgenomen.

Ortelius'kaart Maris Pacifici werd gepubliceerd in de Latijnse uitgave van het Theatrum Orbis Terrarum van 1592, de Franse van 1598, de Engelse van 1606 en de Italiaanse van 1608.

Bibliografie


Breng me naar: Wereldkaarten en kaarten van Amerika / Kaarten van Noord-Amerika / Kaarten van Midden- en Zuid-Amerika / Inleiding

Terug naar: de homepage van de KBR