| |
De Belgische pers heeft een lange en unieke geschiedenis.
Abraham Verhoeven publiceert in Antwerpen sinds 1605 tweewekelijks Nieuwe Tijdinghen.
In 1649 wordt de eerste Brusselse krant gelanceerd, de Courier (sic) véritable des Pays-Bas , die onder verschillende titels verschijnt tot in 1791.
In die periode ontstaan de eerste politieke bladen. Ze nemen een hoge vlucht na 1830, krachtig gesteund door de uitgesproken liberale grondwet van de jonge Belgische staat.
In de loop van de tweede helft van de negentiende eeuw dragen verschillende fenomenen bij tot de opmerkelijke ontwikkeling van de pers in onze gewesten. De laatste belemmeringen van de persvrijheid (afschaffen van het dagbladzegel in 1830) verdwijnen, de maatschappij wordt geleidelijk gedemocratiseerd, de techniek en communicatiemiddelen ontwikkelen zich verder. Omstreeks 1855 verschenen 28 kranten en in 1905 meer dan 100. De uitstraling van deze kranten gaat veel verder dan de landsgrenzen. Een dagblad als L'indépendance Belge wordt gelezen in de meeste kanselarijen in de wereld en, zoals het Tweede Keizerrijk van Napoleon III volgen regimes die zich moeilijk kunnen aanpassen aan de vrijheid die journalisten in België genieten de activiteiten met interesse, ongerustheid of ergernis.
Vele geleerden en erudieten bleven kranten beschouwen als tweederangs of zelfs ‘vulgaire' bronnen, die eerder behoren tot de journalistiek dan tot de wetenschap. Zijn de vaak povere esthetische kwaliteiten van meerdere van deze kranten geen materiële reflex van het beperkte belang dat aan deze van nature efemere documenten moet worden gehecht? De veranderingen van de historische discipline na de Tweede Wereldoorlog geven aan de kranten hun adelbrieven: de ontwikkeling van de (ultra)contemporaine geschiedenis, het aanboren van nieuwe, onontgonnen onderzoeksterreinen (ideeën, mentaliteiten, dagelijks leven, tradities en volkscultuur) en de aandacht voor de vergeten groepen in de geschiedenis.
|
|