Fonds Janine Reding-Piette

Het fonds Janine Reding-Piette werd in de muziekcollecties geopend na een schenking van Janine Reding-Piette en langzamerhand werd het vervolledigd door de schenkster. De laatste toevoeging aan deze verzameling dateert van 2009.

Janine Reding-Piette, de laatste leerling van de pianist Arthur De Greef, is de kleindochter van de Luikse Guillaume Guidé, een gerenommeerd hoboïst en directeur van de Munt samen met Maurice Kufferath vanaf 1900. Na haar pianostudies aan de Muziekkapel Koningin Elisabeth tussen 1939-1943, huwde ze met haar medestudent Henry Piette. Als pianoduo verwierven ze vanaf 1946 internationale faam met hun interpretaties van een dikwijls miskend repertoire, waaronder met name de concerto’s voor twee piano’s en orkest van Bartók, Poulenc en Milhaud. Het koppel had nauwe contacten met componisten zoals Bohusalv Martinù en Gian Francesco Malipiero, alsook orkestleiders zoals Pierre Monteux.

Het fonds omvat niet alleen documenten die enkel gelinkt zijn met de muzikale carrière van Janine Reding-Piette maar ook aan de carrière van haar grootvader, Guillaume Guidé. We vermelden onder deze het schriftje met autografen dat heeft  toebehoord aan haar moeder Yvonne Guidé, dochter van Guillaume Guidé. Dit schriftje, ingewijd door F.-A. Gevaert in 1901, bevat autografische bladen van onder andere Fauré, Puccini, Ysaÿe, R. Strauss en Massenet alsook twee pagina’s gerelateerd aan de creatie van Pelléas et Mélisande in Brussel in januari 1907, de ene van de componist Claude Debussy, de ander van de Belgische schilder en tekenaar Fernand Khnopff. Het fonds omvat eveneens autografische (m.n. van Arthur De Greef) en gedrukte partituren, foto’s, alsook briefwisseling geadresseerd aan het duo Reding-Piette (m.n. brieven van Milhaud en Britten). Het fonds Janine Reding-Piette laat toe onze kennis over het Belgische en internationale muziekleven gedurende de eerste helft van de 20ste eeuw te verrijken.

 

Bibliografie

Marie Cornaz en Denis  Herlin, « Yvonne Guidé et l’avant-garde musicale à Bruxelles » in In Monte Artium, 2, (2009), p. 35-61.