Home
Inhoudstafel
 
Samenvatting
Aanbevelingen
Tekst
 
NL
FR
UK
M. The development of Multimedia in Belgium

Les Professeurs B. Van Bastelaer, J. Pierson, C. Lobet-Maris,
J.C. Burgelman, Y. Punie et F. Neuckens

  • Samenvatting

De ontwikkeling van multimedia in België wordt negatief beïnvloed door de volgende factoren: de taalproblemen, de bevoegdheidsverdeling, het ontbreken van centrale initiatieven omwille van andere prioriteiten, het ontbreken van sleutelfiguren die de ontwikkeling van multimedia bevorderen, behalve de zeer actieve banksector, en een lage bezettingsgraad van de huishoudens qua PC's en internetaansluitingen.

1. De taalproblemen en de federale staat

België lijdt al verschillende jaren onder de taalproblemen. Het noorden van het land spreekt Vlaams (Nederlands) terwijl het zuiden en overgrote deel van Brussel Frans spreekt. Dit taalprobleem en de daaruit vloeiende politieke problemen hebben geleid tot België als federale staat. Dit heeft twee belangrijke gevolgen. Het eerste is dat federalisering van de staat bijdraagt tot een toenemende complexiteit wat betreft de bevoegdheidsverdeling op het gebied van multimedia en informatiesnelwegen. Er zijn teveel beslissingsniveaus. Het tweede gevolg houdt verband met het culturele aspect op zich. Het is inderdaad zo dat de ontwikkeling van multimedia in het noorden enorm verschilt van deze in het zuidelijke deel van het land. Dit is een gevolg van verschillende politieke prioriteiten maar ook van het feit dat multimedia en informatiesnelwegen in Vlaanderen worden aanzien als middelen om de Vlaamse identiteit en cultuur uit te drukken door een Vlaamse Informatiemaatschappij te creëren. Zodanig past het ook in de algemene Vlaamse politiek om nog meer federalisering te bekomen en draagt het ook bij tot het verantwoorden van dit proces. Men moet wel vaststellen dat dit hoofdzakelijk wordt gestimuleerd door de Vlaamse minister-president en de minister voor wetenschaps- en technologiebeleid. Het zuiden van het land volgt deze motivatie niet maar, misschien als direct gevolg, er zijn veel minder initiatieven en toepassingen met betrekking tot multimedia in Wallonië en Brussel dan in Vlaanderen.

2. De bevoegdheidsverdeling.

Zoals reeds kort aangehaald lijdt het domein van de multimedia, zoals vele andere economische of culturele domeinen, onder de belangrijke verdeling van de bevoegdheden ten gevolge van het aantal beslissingsniveaus die betrokken zijn bij het opstellen van een multimediastrategie: de gewesten, de gemeenschappen en de federale overheid. Aangezien multimedia het samenbrengen van verschillende technologieën vereist die allen afhankelijk zijn van een andere overheid, kan men zich makkelijk voorstellen dat deze verdeling de ontwikkeling van multimedia kan belemmeren.

3. Het ontbreken van openbare initiatieven omwille van andere prioriteiten.

Zoals in vele andere Europese staten, moet de overheid belangrijke economische problemen (openbare schuld, werkloosheid, sociale uitsluiting, …) het hoofd bieden. Voor de meeste Europese overheden is het momenteel het belangrijkst om te voldoen aan de Maastricht-normen om de gemeenschappelijke munt te versterken, om de openbare schulden en overheidstekorten te verminderen en om de werkeloosheid aan te pakken. Men heeft meer aandacht voor de vermindering van overheidsinvesteringen dan voor een belangrijke deelname in het domein van de multimedia, alhoewel men soms, en in bepaalde landen, wel inziet dat dit domein een positief effect heeft op de economische activiteit en dat voorstanders wijzen op de mogelijkheden qua werkgelegenheid. Niettegenstaande dat kan men toch zeggen dat voor het Vlaamse gewest de voorstanders in de openbare sector en hun verwante organisaties de belangrijkste rol spelen bij de ontwikkeling van multimedia. Deze initiatieven zijn echter hoofdzakelijk toegespitst op hardware en technologie. Amper ongeveer 10% wordt besteed aan software en inhoud.

4. Het ontbreken van belangrijke promotoren.

Misschien door zijn kleine afmetingen ontbreken er in België, en zeker in het zuidelijke deel dat lijdt onder de economische recessie, belangrijke promotoren in het domein van de multimedia en in het bijzonder in de IT sector, de telecom-sector, de audiovisuele sector, enz. Vergeleken met andere landen ontbreekt er in België ondernemingsgeest en kapitaal voor initiatieven die een hoog risico met zich meebrengen. Daarentegen staat de banksector die altijd zeer innoverend was en blijft. Maar aangezien de openbare sector geen geld heeft om te investeren in multimedia-infrastructuur en toepassingen en aangezien de Belgische privé-sector niet wordt gestimuleerd door één of meerdere belangrijke actoren, zal de Belgische multimediamarkt wellicht overspoeld worden door buitenlandse belanghebbenden of zal ze zeer passief blijven en bijgevolg kleinschalig

5. De lage bezettingsgraad van de huishoudens qua PC's en internetaansluitingen

Zoals in Frankrijk is de bezettingsgraad van de Belgische huishoudens met PC's zeer laag. Het cijfer van 13% staat voornamelijk voor traditionele PC's die meestal niet bruikbaar zijn voor multimediatoepassingen. Wat de internetaansluitingen betreft ziet men dat het gebruik laag blijft ten opzichte van het gebruik in Scandinavië of zelfs Nederlandse huishoudens (zelfs als men de jaren 95 en 96 meetelt die een belangrijke stijging van privé-aansluitingen hebben gekend). Dit is natuurlijk een belangrijke belemmering voor de verspreiding naar de eindgebruikers van on-line en off-line multimediatoepassingen.

Conclusie

De ontwikkeling van multimedia in België lijdt onder verschillende belemmeringen die worden veroorzaakt door verscheidene politiek-institutionele, socio-culturele en economische factoren. Op dit moment lijkt het erop dat bestaande projecten weinig of geen aandacht besteden aan aspecten van de echte gebruikerscontext zoals het "sociale leren", dat belangrijk is om multimedia succesvol te laten aanvaarden.