Vier doctoraten voor KBR-medewerkers

15/01/2018

Op twee maanden tijd behaalden vier onderzoekers van de Koninklijke Bibliotheek hun doctoraat. Nathalie Roland en Colin Dupont mogen zich vanaf nu doctor in de geschiedenis noemen, Christian Lauwers en Fran Stroobants doctor in de archeologie. Hun onderzoeksprojecten maakten deel uit van twee grote projecten binnen de Interuniversitaire Attractiepolen (IUAP), gefinancierd door Belspo.

Elk van hen vatte zijn onderzoek voor u samen. U leest er hieronder meer over.

 

IUAP “City and Society in the Low Countries (ca. 1200-ca. 1850). The ‘condition urbaine’: between resilience and vulnerability”

 

IUAP “Comparing regionality and sustainability in Pisidia, Boeotia, Picenum and NW Gaul between Iron and Middle Ages (1000 BC - AD 1000)”

 

 

Nathalie Roland

  • Promotor: Wouter Bracke (KBR)
  • Verdediging: 15 december 2017, ULB

Een sociale en culturele overgangsperiode: Frédéric de Marselaer (1584/6-1670), man van letteren en macht?

De persoon van Frédéric de Marselaer (1584/6-1670) is voor de meesten van ons onbekend. De Marselaer was afkomstig uit Antwerpen en kende een lange politieke carrière in de Brusselse Magistraat: tussen 1614 en 1659 bleef hij vrijwel onafgebroken aan de macht. Tegelijkertijd schreef hij verschillende handgeschreven en gedrukte traktaten die enig succes kenden. Een van zijn boeken gaat over de kunst om een goede ambassadeur te zijn, terwijl hij zelf geen ervaring heeft op dit gebied.

Hoe slaagt deze man, afkomstig uit een andere stad, erin om in een groep door te dringen waar hij oorspronkelijk geen deel van uitmaakt en carrière te maken? Kan cultuur, en meer specifiek het schrijverschap, gezien worden als een middel om zich te integreren in de sociale elites in de 17de eeuw in Zuid-Nederland?

Met een interdisciplinaire benadering die de studie van iconografische en historische bronnen combineert wil dit onderzoek begrijpen hoe de posities van een man van letteren en een man van macht worden geconstrueerd en versterkt. Enkele thema’s die aan bod komen: analyse en contextualisering van zijn gedrukte en handgeschreven werk, een studie van modellen en idealen die de basis vormen van een goede reputatie, de invloed van een netwerk in de creatie en verspreiding van dit ideaalbeeld en tot slot een verkenning van het culturele universum door de reconstructie van bibliotheken. Uiteindelijk maakt deze casestudy het mogelijk om het belang van cultuur te begrijpen, in combinatie met andere elementen, om zich te integreren in de wereld van de elite.

 

Colin Dupont

  • Promotor: Jelle Haemers (KU Leuven)
  • Verdediging: 17 november 2017, KU Leuven

Cartografie en macht gedurende de 16de eeuw, de atlas van Jacob van Deventer

Gedurende de tweede helft van de 16de eeuw tekende Jacob van Deventer de plattegronden van meer dan 250 steden van de Lage Landen. Deze verzameling, gemaakt in opdracht van Filips II, is uitzonderlijk door haar omvang, uniformiteit en nauwkeurigheid. Voor de meeste steden gaat het ook nog eens over de oudste cartografische weergave die nog bewaard is. Ten slotte tonen deze plattegronden van “steden” ook delen van het hinterland. Sinds hun herontdekking in de 19de eeuw zijn deze documenten al vaak onderzocht. De meeste studies beschouwen ze echter als militaire documenten of als producten van “wetenschappelijke cartografie”. Maar is dit de enige manier om ze te begrijpen?

Op basis van een deconstructie van een selectie van plattegronden tracht deze studie om het karakter van deze uitzondering te begrijpen. Verschillende aspecten worden geanalyseerd, zoals de visie op de stad, de waarneming van de ruimte, het belang van het hinterland, het proces van weergave en het profiel van de cartograaf. Ze tonen aan dat, ondanks een opmerkelijk modern resultaat, deze verzameling afhankelijk is van de codes van haar tijd. Meer nog dan militaire documenten zijn dit werktuigen die het grondgebied van Filips II in de Lage Landen voorstellen en bouwen. Op een grotere schaal wil dit onderzoek nagaan wat deze ontdekkingen bijbrengen aan de geschiedenis van de ontwikkeling van de cartografie in de 16de eeuw.

 

Christian Lauwers

  • Promotor: Johan van Heesch (KBR, KU Leuven)
  • Verdediging: 12 januari 2018, KU Leuven

De evolutie van monetaire praktijken in Noordwest-Europa van de 3e eeuw v.C. tot de 9e eeuw n.C.

Dit onderzoek focust op de functies van munten en hun evolutie doorheen de tijd in Noordwest-Europa op de lange termijn, meer bepaald van de 3de eeuw v.C. tot de 9de eeuw n.C. De (voornamelijk politieke) autoriteiten produceerden munten om in hun voordeel functies te vervullen. Deze functies vormen een essentiële factor bij het bepalen van het volume en de kwaliteit van hun muntproductie. Voor het opstarten en in stand houden van een dergelijke productie zijn voorraden metaal, personeel, uitrusting en knowhow nodig. Voor de hele Gallische, Gallo-Romeinse en Frankische periode werd getracht om degenen die verantwoordelijk zijn voor muntproductie beter te identificeren en om de middelen te evalueren die zij tot hun beschikking hadden om ze te produceren. Aan de andere kant werden zoveel mogelijk functies geïdentificeerd die door munten werden uitgevoerd ten behoeve van hun producenten en vervolgens voor het publiek, door de verschillende soorten beschikbare bronnen te analyseren: de munten zelf, archeologische contexten, literatuur en epigrafie.

De keuze voor de lange termijn als leidraad en de daaruit voortvloeiende vragen hebben het mogelijk gemaakt om voor het eerst een aantal specifieke onderzoeken uit te voeren. Met behulp van de Franse, Duitse en Engelse bronnen werd een corpus aangemaakt van de Keltische productiemiddelen van muntstukken. Vermeldingen van munten in antieke en middeleeuwse teksten werden al bestudeerd, maar nooit op een zo grote schaal en over een zo lange periode. Een ander thema is dat van de fiduciariteit: de meeste numismatici beschouwden de fiduciariteit van oude muntstukken als vanzelfsprekend, terwijl voor anderen de waarde van oude muntstukken niet groter kon zijn dan de waarde van hun metaalgehalte. De keuze van de lange termijn als leidraad maakte het mogelijk om dieper in te gaan op de bronnen die licht werpen op dit probleem en om aan te tonen dat alle oude munten een fiduciair gedeelte bevatten.

Deze scriptie zal nu als platform en referentie dienen voor verder onderzoek. Dit zal toekomstige onderzoekers besparen om talrijke boeken en artikelen te raadplegen, die zullen worden vervangen door het corpus van documenten verzameld en nagekeken in dit werk.

 

Fran Stroobants

  • Promotor: Johan van Heesch (KBR, KU Leuven), co-promotor: Jeroen Poblome
  • Verdediging: 17 november 2017, KU Leuven

De monetarisatie van Sagalassos op de lange termijn. Een studie van de muntproductie, -circulatie en -gebruik vanuit een regionaal perspectief. 

Deze studie heeft als doel de productie, de circulatie en het gebruik van munten in Sagalassos, een antieke stad in het zuidwesten van Turkije, te bestuderen vanuit een regionaal perspectief en op lange termijn, met name van de 5de eeuw v.C. tot de 7de eeuw n.C. Hierbij komen drie grote aspecten aan bod.

  • Een eerste deel van de studie focust op de productie van zilver- en bronsmunten in naam van Sagalassos tijdens de Hellenistische en Romeinse periode. Op basis van een zelf aangelegde referentiecatalogus wordt de evolutie van de muntslag in al zijn aspecten bestudeerd, met aandacht voor de productievolumes, types & iconografie, chronologie en metrologie & denominaties van de verschillende reeksen.
  • Een tweede deel van de studie geeft een algemeen overzicht van de muntvondsten die aan het licht kwamen tijdens de opgravings- en surveycampagnes in Sagalassos tussen 1990 en 2016, met aandacht voor zowel de individuele vondsten als grotere concentraties.
  • Het derde en laatste deel van deze studie combineert vervolgens deze twee datacategorieën met de bedoeling de geschiedenis van de monetarisatie en het geldgebruik in Sagalassos door de tijd te reconstrueren. Hiervoor worden niet enkel het numismatische materiaal (de munten die het onderwerp vormden van delen 1 & 2) bekeken, maar worden ze in een ruimer kader geplaatst door gebruik te maken van historisch-literair, archeologisch en epigrafisch bronnenmateriaal uit de stad en de ruimere omgeving. In dit hoofdstuk wordt antwoord gegeven op drie grote vragen. Ten eerste wordt nagegaan welke de motieven achter de muntslag in Sagalassos geweest kunnen zijn: waarvoor had de stad zijn eigen munten nodig en kunnen we dit in verband brengen met andere gekende evoluties en gebeurtenissen? Een tweede deel tracht na te gaan hoe grote betalingen, zoals voor het innen van belastingen of het financieren van publieke constructies, in de stad werden uitgevoerd, en welke middelen hiervoor gebruikt konden worden. Het derde deel focust op de dagelijkse transacties en het gebruik van kleingeld. Ten slotte worden alle verworven inzichten samengebracht in een hypothetisch kader van geldgebruik in Sagalassos en zijn ruimere territorium door de tijd.

 

Ontdek meer onderzoeksprojecten