Geschiedenis van de handschriftenverzameling

De Librije van de hertogen van Bourgondië

De oorspronkelijke kern van de handschriftencollectie die de Koninklijke Bibliotheek van België vandaag herbergt, bestaat uit een belangrijk deel van de oude Librije van de hertogen van Bourgondië. De Librije wordt sinds de middeleeuwen terecht als een van de meest prestigieuze bibliotheken van de westerse wereld beschouwd.

 

De Librije van Bourgondië

De verzameling gaat terug tot Filips de Stoute en werd nadien voortgezet door zijn opvolgers, Jan zonder Vrees en Filips de Goede. Bij de dood van Karel de Stoute telde de collectie niet minder dan 950 volumes. Ongeveer 270 van deze werken worden vandaag nog in het Handschriftenkabinet in Brussel bewaard, terwijl er nog eens 120 elders in Europa te vinden zijn.

 

Koninklijke Bibliotheek van de Nederlanden

De Librije van Bourgondië gaat vervolgens door erfenis over op Maria van Bourgondië, Filips de Schone, Karel V en Filips II. Deze laatste richt op 12 april 1559 de Koninklijke Bibliotheek van de Nederlanden op, die als een rechtstreekse voorloper van de huidige Koninklijke Bibliotheek van België kan worden bestempeld. De Franse troepen die in 1748 Brussel bezetten, brengen ongeveer de helft van de collectie naar Parijs over. In 1770 keren de meeste volumes terug naar Brussel.

 

Opheffing van kloosters onder Jozef II

De opheffing van de jezuïetenorde in 1773 brengt een belangrijke aangroei van de collecties met zich mee. Tientallen codices die de orde in onze gewesten had verzameld, komen in de verzamelingen van de bibliotheek terecht. Een paar jaar later sluit keizer Jozef II ook andere kloosters van contemplatieve orden. De handschriften uit de Brabantse kloosters en abdijen (Gembloers, Rooklooster, Sint-Maartensdal ...) belanden ook in de bibliotheek.

 

Confiscatie tijdens de Franse Revolutie

De periode van rust en expansie is evenwel van korte duur. In 1794 brengen de commissarissen van de Franse Republiek een groot deel van de ‘Bourgondische’ handschriften over naar Parijs. Het zal tot 1816 en het Congres van Wenen duren vooraleer de meeste door Frankrijk in beslag genomen handschriften naar Brussel zullen terugkeren. Sommige werken blijven echter in Parijs achter, terwijl andere – die oorspronkelijk geen deel uitmaakten van de Bourgondische Bibliotheek – de omgekeerde weg volgen.

 

Karel van Hulthem

De daaropvolgende jaren zijn minder woelig. Door aankoop en schenkingen worden de collecties van het Handschriftenkabinet aangevuld. In 1837 verwerft de jonge Belgische Staat de bibliotheek van de Gentse bibliofiel Karel van Hulthem, die uit ongeveer 1.100 codices bestaat, waarvan er sommige voor de studie van de Middelnederlandse literatuur van essentieel belang zijn.

 

Collectie blijft groeien

Tussen 1839 en 1953 kan het Handschriftenkabinet zijn collectie met ongeveer 11.000 volumes uitbreiden. Het betreft middeleeuwse werken, maar ook archiefstukken uit de 16de, 17de en 18de eeuw en een groot aantal teksten en autografen van Belgische schrijvers en kunstenaars. Nadien neemt het tempo van de verwerving van nieuwe stukken af; maar toch worden er nog elk jaar nieuwe aanwinsten genoteerd, die tot zowel literaire als het historische domein behoren.