De Ferrariskaart, gerealiseerd onder de leiding van graaf Joseph-Jean François de Ferraris in 1777, toont het landschap van de Oostenrijkse Nederlanden en het Prinsbisdom Luik en is de allereerste grootschalige kaart van wat grotendeels overeenkomt met het huidige België. Nooit eerder was een West-Europees land op zo’n gedetailleerde schaal en met zoveel precisie in kaart gebracht.
Historische context
In de tweede helft van de 18de eeuw (tot 1794) maakten de Zuidelijke Nederlanden deel uit van het Habsburgse Oostenrijk. Graaf Joseph-Jean François de Ferraris (Lunéville 1726 – Wenen 1814), uit Lotharingen, had nauwe banden met het Oostenrijkse hof. Tijdens de Zevenjarige Oorlog (1756-1763) kwam hij in contact met zijn latere beschermheer, prins Karel van Lotharingen (1712-1780), toenmalig gouverneur van de Zuidelijke Nederlanden.
In 1767 werd hij directeur-generaal van de artillerie in onze provincies en hoofd van de École des mathématiques in Mechelen. In die hoedanigheid en op verzoek van Karel van Lotharingen was hij eind jaren 60 verantwoordelijk voor de metingen van het Zoniënwoud en omgeving en van het koninklijk domein van Mariemont.

Het voorstel van Ferraris

In 1769 stelde de Ferraris aan Karel van Lotharingen voor om een kaart van de gehele Oostenrijkse Nederlanden op te meten. De Ferraris wilde met zijn grootschalige kaart de precieze positie weergeven van steden, dorpen en gehuchten, de grote en kleine kastelen, de straten, pleinen en tuinen.
De Ferraris voorzag twee kaarten : een eerste, uiterst gedetailleerde en handgetekende kaart op een schaal van 1:11 520 die enkel door het kabinet en zijn ministers en generaals zou worden gebruikt en noemde deze de Carte de Cabinet of Kabinetskaart. De tweede, minder gedetailleerde, kaart, op een schaal van 1:86 400, was bestemd voor het grote publiek, de zogenaamde Carte marchande of Carte chorographique.
Op 11 augustus 1770 werd het project dankzij de steun van Karel van Lotharingen door keizerin Maria-Theresia aanvaard. De metingen startten al vlug na de keizerlijke goedkeuring van de Ferraris’ project. Dit gebeurde aan de hand van een meettafel of planchet, een tekentafel op statief voorzien van waterpas, kompas en vizierliniaal.
Dupain de Montesson, L’art de lever les plans […], Paris, Ch. Ant. Jombert, 1775, titelprent (KBR, Kaarten en plannen, iv 15 123 a)
De Kabinetskaart
Van de Kabinetskaart werden drie exemplaren gemaakt: een voor de keizer, een voor de hofkanselarij in Wenen en een voor Karel van Lotharingen.
Het exemplaar dat bestemd was voor Karel van Lotharingen bevindt zich vandaag in onze collecties. Het verhuisde na de Oostenrijkse nederlaag tegen Frankrijk naar Wenen. Pas in 1922 werd de kaart in het kader van de naoorlogse vredesonderhandelingen en dankzij de inzet van Albert Tiberghien, bibliothecaris aan de Koninklijke Bibliotheek van België en verantwoordelijke voor de kaartencollectie, teruggegeven aan België.
In de linkerbovenhoek van elk blad staat het wapen van Karel van Lotharingen, voorafgegaan door een hoofdletter en gevolgd door het bladnummer. In de marges van elk kaartblad zijn de vier windstreken aangeduid, en onderaan de schaal.
Detail van de Kabinetskaart, blad 116

De historische waarde van de Ferrariskaart
In de eerste plaats is de Kabinetskaart de allereerste grootschalige kaart van het huidige België. De kaart bevat bovendien een schat aan historisch interessante informatie. Zo vinden we er bijvoorbeeld de administratieve en juridische toestand van de Oostenrijkse Nederlanden, de prinsbisdommen Luik en Stavelot, op het einde van het Ancien Régime, vóór de belangrijke hervormingen opgelegd door de Republiek Frankrijk.
Ook over de religieuze praktijk in het Ancien Régime vinden we informatie op de kaart. Zo dragen de parochiekerken waar de mis wordt gelezen een zwart kruis en een nummer in hun plattegrond. Hetzelfde nummer, maar een kleinere versie ervan, vinden we bij de huizen waarvan de bewoners afhangen van dezelfde parochie.
Ten slotte en niet in het minst vormt de kaart een belangrijke bron voor de studie van de plaatsnaamgeving of toponymie van België, met bijna 10000 gehuchten en pachthoeven, meer dan 600 straatnamen, meer dan 2700 waterwegen, enz. die op de kaart staan aangeduid.
De Ferrariskaart online
De afdeling Kaarten en Plannen maakte samen met het Nationaal Geografisch Instituut ook een gedigitaliseerde versie van de kaart van Ferraris. Dit gebeurde op basis van de digitale kaart van België die het NGI in 2006 publiceerde. De handgeschreven kaarten werden gedigitaliseerd met een extra grote scanner.
Een nieuwe editie van de grote atlas van Ferraris

Naar aanleiding van de 50ste verjaardag van het Nationaal Geografisch Instituut van België en in het jaar van de 300ste geboortedag van graaf de Ferraris (°20 april 1726) wordt de Ferraris-atlas opnieuw uitgegeven op basis van nieuwe scans van de originele kaartbladen en met een schaal van 1:24 000.
Voor de atlas werden de originele kaartbladen, bewaard in KBR opnieuw gescand in nog meer detail en met aandacht voor een getrouwe kleurenweergave. Vervolgens werden de kaartbladen zorgvuldig verkleind naar schaal 1:24 000 om ze in het boekformaat te laten passen. Dankzij deze schaalverkleining kunnen lezers de historische kaarten één op één vergelijken met de hedendaagse topografische kaarten.
De Grote Atlas van Ferraris wordt uitgegeven bij Lannoo en Editions Racine en is vanaf 18 augustus 2026 beschikbaar.
Over de afdeling Kaarten en Plannen
Met een van de rijkste kaartencollecties van het land bewaart KBR een schat aan geografische informatie. Ze dateren van de 11de eeuw tot vandaag en hebben betrekking op België en de hele wereld. Dankzij hun zorgvuldige conservering blijven deze historische bronnen behouden voor toekomstige generaties.